Emigratie naar Argentiniƫ

De ramp met de Leerdam op 16 december 1889

Kollumer krant, zaterdag 28 december 1889

Het vergaan van de "Leerdam"

Den vijftienden December vertrok van Amsterdam naar Zuid-Amerika het stoomschip "Leerdam" van de Ned. Amerik. Stoomvaartmaatschappij.

Aan boord van 't vaartuig, waarmede kapitein Bruinsma zijn eerste reis als gezagvoerder deed, bevonden zich De Leerdam440 passagiers-landverhuizers grootendeels voor de Argentijnsche Republiek. De bemanning bestond uit 61 koppen.

Zonder het minste accident, hoewel de dikke mist de vaart eenigszins belemmerde, was het vaartuig ongeveer op de hoogte tusschen Duinkerken en Ostende. Daar is het in aanvaring gekomen met het Engelsche schip "Gaw Quan Sia" van Portland naar Hamburg. De schok was zoo hevig, dat geen der beide vaartuigen lang drijvende kon worden gehouden. De 440 passagiers der "Leerdam" en de bemanning hadden reeds den dood voor oogen, toen het Fransche stoomschip "Emma" van Havre naar Hamburg, ter hulp kwam opdagen en zoowel passagiers en bemanning der "Leerdam" als de bemanning der "Gaw Quan Sia" overnam.

Het overbevolkte vaartuig vervolgde daarna den weg en zette de geredde passagiers en schepelingen te Cuxhaven (Hamburg) aan wal.

Op kosten der Maatschappij kon ieder verder naar hunne woonplaatsen reizen.

Het geheele aantal der schipbreukelingen bedroeg ongeveer 600. De meesten hadden slechts het strikt noodige kunnen redden, zoodat zij te Hamburg van kleeren en verdere benoodigheden moesten voorzien worden. Kapitein Robert Lord, de gezagvoerder van de "Gaw Quan Sia", zegt dat de "Leerdam" een gat in het midden van zijn schip boorde van 15 voet breedte, waardoor de machinekamer terstond vol water liep en de beide stokers onmiddellijk omkwamen.

Kapitein Lord had aan boord 45 man, van wie 10 Engelschen en 35 Bengaleezen en Chineezen, die tijdens de schipbreuk veel van de koude te lijden hadden. De kapitein was wegens den mist nog niet naar bed gegaan en liet de machine met halve kracht werken. Ook waren alle seinlichten in orde, maar plotseling zag men een rood licht en naderde eene groote boot. Voordat nog iets kon worden gedaan worden, had de aanvaring plaats. Een der passagiers van de "Leerdam" verzekert, dat de schok zoo zwak was, dat men meende tegen eene kleine boot gevaren te zijn. De inscheping in de booten geschiedde dan ook in de beste orde. Eerst werden de tusschendekspassagiers ingescheept, daarna de vrouwen en kinderen en eindelijk de matrozen. De kapitein was de laatste, die de zinkende boot verliet. Tot handhaving van de orde waren de officieren over alle booten verdeeld. Op last van den kapitein werden die booten met touwen aan elkaar verbonden, zoodat men elkaar gedurende den mist niet uit het oog kon verliezen.

Toen een der booten op last van kapitein Bruinsma nog eens terugging om eenige kleeren en dekens te halen, vond men nog een Franschman, die juist ontwaakt was en zijn ontbijt verlangde. Deze reiziger had niets van de geheele botsing bespeurd en was natuurlijk zeer blij, dat hij nog kon worden opgenomen.

In de booten was geen gebrek aan leeftocht. In dat opzicht hadden zij geen gebrek, maar wel leden zij veel van de koude, omdat zij veel slechts gedeeltelijk gekleed waren. Evenals jegens kapitein Bruinsma toonden alle reizigers zich dankbaar over de ontvangst, welke zij aan boord der "Emma" van kapitein Basroger genoten.

Dat de ramp betrekkelijk geen ernstiger gevolgen had, is ook te danken aan de kalme zee, waardoor de uitzetting der booten geen stoornis ondervond.

De tusschendekspassagiers van de gezonken stoomschepen "Leerdam" en "Gaw Quan Sia" zijn 19 dezer van Cuxhaven te Hamburg aangekomen van kleeding en schoeisel voorzien en in logementen opgenomen. Het meerendeel der aangekomene bestaat uit vrouwen waarbij zich meer dan honderd kleine kinderen bevinden.

De Nederlandsche-Amerikaansche Stoomvaartmaatschappij, is in het bezit van een schrijven van een der eerste klasse passagiers, waarin aan den gezagvoerder alle lof wordt toegekend voor zijn beleidvol optreden bij deze ramp.

De loods, die de "Leerdam" in zee bracht en ook tot de geredden behoorde, is Woensdagavond teruggekeerd. Doordien hij tengevolge van koude, vermoeienis enz. veel had geleden, gevoelde hij zich onwel en legde zich te bed. Zaterdag is hij overleden, eene vrouw met vier kinderen nalatende, waarvan de oudste 16 jaar telt.

Meer informatie over deze scheepramp vindt op de site van de Stichting Erfskip Terpdoarpen.