Emigratie naar Argentinië

in het Algemeen Handelsblad van 10 maart 1889

met een beschrijving van de eerste afvaart naar Argentinië en de eerste indrukken en ervaringen

Holl. landverhuizers in Zuid-Amerika.

Een der beste knechts van een zeer geacht fabrikant te dezer stede, ging een maand of wat geleden met zijn gezin naar Buenos Ayres. Hij beloofde zijn patroon, zoodra hij een poos aan het werk was in het nieuwe land, hem in het breede zijn wedervaren te schetsen, opdat zijn ervaring ten nutte mocht zijn van anderen.

Hij heeft zijn belofte vervuld. Wij worden in staat gesteld het belangwekkend schrijven mede te deelen, waarin de werkman, in zijn zijn eigen taal, zeer degelijk zijn wedervaren schetst.

In een schrijven, aan vroegere kameraden gericht, eindigt hij met de volgende woorden: "Als gij iemand weten mocht, die de reis wil ondernemen, zoo kunt gij het hem gerust afraden."

De redenen voor dezen raad kan men in den volgenden brief lezen.

HIBERNIA, 31 Januari 1889.

Waarde Heer en Mevrouw!

In de hoop, dat u bij ontvangst dezes nog even gezond zijt, als toen ik u verliet, bericht ik door dezen onze behouden aankomst. U de geheele reis beschrijven, zal ik nu niet doen, doch later. De reis per boot ging heel goed, van zeeziekte wisten wij niet af; het weer was de geheele reis (uitgezonderd een paar stormachtige dagen) goed. Wij waren te 5 uren buiten Ymuiden en staken met goed weer in zee. Den 6den December zagen wij de Engelsche kust. Het eten aan boord was, bij andere schepen vergeleken, goed, maar vreemde kost. Onze eerste aanlegplaats was Corunna in Spanje, welke stad mooi tusschen bergen ligt. We kregen daar 80 Spanjolen aan boord en vertrokken toen, om kolen te laden, naar St.-Vincent, waar enkel negers zijn.

Te Montevideo bleven wij 3 dagen liggen om goederen te lossen.

Den 6en Jan. kwamen wij te Buenos Ayres aan, waar wij naar het zoogenaamde Hotel werden geleid. Doch hier begon onze tegenspoed; er was niemand, die ons verstond; van werk was geen sprake, totdat op den vierden dag van ons verblijf, een Belgisch heer ons aansprak, met de vraag of wij landbouwers Waren. We zeiden van ja, waarop hij ons mededeelde, dat er werk en land voor ons was op de volgende voorwaarden. Wij kregen land en vee; het land gaf 30 pCt.; het vee 20 pCt. benevens vrij woning en tot aan den oogst vrijen kost, dus mijn vader werd er geplaatst als zetbaas. Onder deze voorwaarde vertrokken wij twee dagen later naar Tres Arroyos, welke plaats ongeveer 20 uur sporens van Buenos Ayres verwijderd ligt, waar wij in een hotel gevoed en gehuisvest werden. Den volgenden dag vertrokken wij in groote wagons met onze goederen naar onze bestemming, genaamd Hibernia, welk huis ongeveer 16 uur van Tres Arroyos verwijderd ligt, doch waar wij 4½ dag over deden. Op de wagens hadden wij veel te lijden, daar er geen weg was en wij dus door water en over hoogten en laagten heen moesten en erg door elkaar geschud werden. Tevens was de voerman verdwaald geraakt, zoodat wij verscheidene uren uit den koers waren. Het vervoer van goederen geschiedt hier op wagens met 9 paarden bespannen, waarvan er zeven niet aan de borst maar aan eene zijde trekken, wat een raar gezicht is.

Wij verkregen vleesch, dat zoo maar gebraden op den grond gelegd en genuttigd werd. Het slapen was niet veel beter. Twee maal sliepen wij in karren onder een stuk zeildoek, doch eindelijk kregen wij het huis in zicht, waar wij door Spanjolen en Engelschen ontvangen werden.

Wij zijn voorloopig in een schuur gehuisvest, en onderwijl zijn ze bezig ons huis te bouwen. Er is hier veel vee, ongeveer 36,000 Schapen, 5000 stuks hoornvee en 800 paarden, van welke dieren wij ons aandeel krijgen en onderhouden moeten. Het land, dat er bij behoort, is acht uur breed en moet gedeeltelijk wei- en bouwgrond worden. Het klimaat is hier best; men kan er goed in werken; des nachts is het koud. Boomen en planten ziet men er niet veel, het is allemaal gras.

De Spanjolen zijn een goed volk, erg vriendelijk en gastvrij. In Buenos Ayres is alles Italiaansch. Het is een groote stad met lange straten, ongelijke huizen, het eene van steen, het andere van klei: het is bijna een groote puinhoop, waartusschen het wemelt van trams met drie paarden bespannen, groote karren met wielen van circa twee meter middellijn, met negen paarden. Handkarren ziet men er niet; evenmin schuiten. Het werk wordt er enkel met paarden gedaan. Zoo'n paard wordt hier niet geteld, daar het zeer weinig kost. Wij zelf kunnen al zeer goed rijden, maar dat gaat hier anders dan in Holland: met stuurt het paard niet door een bit in den mond, maar door een druk op den nek.

Als er voor ons een koe geslacht wordt gaan drie man te paard, met lasso's gewapend, tusschen een kudde, slingeren de lasso boven liet hoofd en laten zo om den kop van een der beesten vallen, waarna een ander zijn lasso om een der achterpooten van het dier slingert, en allen zoo van elkaar af, met de koe in 't midden, in woeste vaart naar huis rijden. Een derde komt nu in galop op de koe af, rijdt ze omver en steekt ze dood, waarna ze wordt opgegeten, het vee is te voet niet te genaken, daarvoor is het te wild. De spoortrein is een kwaad ding voor ze. Op den weg tusschen Buenos Ayres en Tres Arroyos zijn niet minder dan tweehonderd koeien en paarden overreden, die den trein dan zelf buiten den weg gooit. Toezicht op het vee bestaat hier niet. Men heeft hier herten, struisvogels en hazen. Vader schoot er twee, in één schot, die niet minder dan zestig pond wogen. Verleden week joegen wij een struisvogel op; in zijn nest lagen zestien eieren. Vogels zijn hier in overvloed; meest fazanten en patrijzen.

De taal is moeilijk te leeren, maar toch kunnen we ons zoon beetje verstaanbaar maken aan eenige schaapherders, die ons nu en dan komen bezoeken. Kleine kinderen van 7 en 8 jaar zitten hier evengoed te paard als bij ons de beste ruiter. De tabak is hier erg duur, vleesch kan je zooveel eten als je wilt, daar het zoo goed als niets waard is. Lezen kan men niet, daar alle boeken in 't Spaansch zijn.

Vader kan de volgende week al beginnen te ploegen, daar de grond best en voor alle soorten van kruiden geschikt is. Jammer, dat we hier geen Hollandsche zaden kunnen krijgen! We zitten hier, zoo ik hoor, honderdtachtig uren van Buenos Ayres. Er kan hier veel volk gebruikt worden, doch voor een Hollander, die geen boerenwerk kent, is het beter, dat hij in Holland blijft, daar hij hier anders moeilijk werk zal vinden, of hij moet Spaansch of Italiaansch spreken. Maar al vindt men werk in Buenos Ayres, dan heeft men moeite om zooveel te verdienen, dat men de huur er uit haalt, daar een kleine arbeiderswoning er 200 francs per maand kost.

Bovendien worden de inwoners van het land zelf, als er een betrekking openvalt, steeds voorgetrokken.

Terug...