Emigratie naar Argentinië

De mislukte emigratie naar Argentinië van de Friese landarbeider Anne Pieters van Dijke 1858-?


Hoofdredacteur Henk van Dijke, Amstelveen


Bron: Contactblad 6e jaargang nr. 11 april 2007 van de Familiestichting Van Dijke

Afstamming

Anne Pieters van Dijke is te Anjum geboren op 1 juli 1858 als derde zoon uit het eerste huwelijk van zijn vader Pieter Jans van Dijke 1825-? en Sieuke Annes van Dijk 1827-1866. De stamvader van het Friese geslacht Van Dijke is Willem Taedes, die vermoedelijk is geboren te Paesens omstreeks 1680. Eerst in het midden van de 18de eeuw worden familieleden aangetroffen met de familienaam Van Dijke. In de zuidelijke provincies van het huidige Nederland waren de vaste familienamen het eerst algemeen in gebruik omstreeks het tweede gedeelte van de 17de eeuw. Voor zover uw familie onderzoeker heeft kunnen vaststellen bestaat er geen enkele relatie tussen de Friese stamvader Willem Taedes en de voornamelijk in Zeeland voorkomende geslachten met de familienaam Van Dijke.

Ontstaan van familienaam

Het is aannemelijk dat Anne's voorouders hun achternaam hebben ontleend aan hun woonsituatie in de nabijheid van water en dijken. Paesens was immers een voormalige rivier, die haar oorsprong had boven Dokkum uit de Ee of Trekvaart en stroomde eertijds vandaar noordoostwaarts naar zee.

Het dorp Anjum

Anjum telde in het midden van de 19de eeuw ongeveer 1100 inwoners, allen Nederlands Hervormd, rondom in bouwlanden gelegen, uitgezonderd aan de zuidkant van het dorp waar zich weilanden bevinden. Anjum behoort tot de gemeente Dongeradeel.

Huwelijk

Anne is te Kollumerland c.a. op 15 september 1883 gehuwd met Antje Postma, geboren te Engwierum op 23 augustus 1855. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren:

  1. Pieter, geb. Anjum 15 juni 1886, overl. Kollumerland 31 juli 1949.
  2. Mieke, geb. Burum 12 maart 1888, op 30-jarige leeftijd overleden te Kollumerland op 4 november 1918, gehuwd te Kollumerland op 15 mei 1915 met Mieze Zijlstra. Natuurlijke, niet erkende zoon van Mieke is Menno van Dijke, op 9-jarige leeftijd overleden op 2 mei 1922 te Burum (gemeente Kollumerland).
  3. Albert, geb. Munnekezijl 3 mei 1894, overl. Groningen 4 februari 1977.

Landarbeider

Anne zal een eenvoudige Friese landarbeider uit de kleibouwstreek zijn geweest. In tegenstelling tot het zand- en veengrondengebied werd de landbouw in het bouwlandengebied al vroeg in de negentiende eeuw gemoderniseerd. Hierdoor ontstonden grote landbouwbedrijven met veel landarbeiders. Omdat de grond in het bezit was van een groep 'grote' boeren, waren er voor boerenzonen en landarbeiders nauwelijks kansen een eigen bedrijf te beginnen.

Levensomstandigheden

De levensomstandigheden van de landarbeiders lieten veel te wensen over. De behuizing was zeer eenvoudig en in het algemeen te klein voor de doorgaans grote gezinnen. Ten gevolge van de seizoenarbeid vielen veel landarbeiders 's winters onder de bedeling. De heer K. Reyne, ex-lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, schrijft in zijn boek 'De Uittocht' op pagina 578: 'Als de boerenarbeider zijn hoop verliest, die hem staande hield, dan breekt daarmee tevens de band, die hem staande hield aan het dorp. En komt er dan van elders een aanbieding, of ook maar een gerucht van beter betaalden arbeid, van gunstiger levensvoorwaarden, ze gaan op weg zonder om te zien'.

Emigratie

Zo zal het Anne ook zijn vergaan. Als gevolg van de landbouwcrisis gingen veel Friese boeren en arbeiders gebukt onder grote armoede. Toen de Argentijnse overheid in 1888 met gratis overtochten voor emigranten adverteerde, was dit voor velen aanleiding om de oversteek naar Zuid-Amerika te maken. 'De grootste toekomst is in dit land weggelegd voor landbouwers, op wie grote uitgestrektheden braakliggenden, maar vruchtbaren bodem liggen te wachten', schreef de Nederlandse consul-generaal te Buenos Aires in 1888 aan de minister van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Dergelijke berichten deden bij veel landarbeiders de hoop op een betere toekomst herleven. In Nederland werd de agrarische crisis, die van 1878 tot 1895 duurde, met name in de landbouwprovincies Friesland, Groningen en Zeeland gevoeld. Er ontstond grote werkeloosheid In de jaren 1888 tot 1890 kende Nederland een emigratiestroom van betekenis naar Argentinië waarvan de Friezen een belangrijke groep vormden.

De grote overtocht

De reis naar Buenos Aires duurde doorgaans zo'n vijf à zes weken en verliep niet altijd vlekkeloos. De omstandigheden waren uiterst primitief en de voeding was slecht waardoor sommigen de zware reis niet overleefden. Velen werden na aankomst in Buenos Aires in goederentreinen honderden uren het binnenland ingezonden naar de woeste gronden, die geëxploiteerd moesten worden.

Emigratiegolf een flop

De emigratie naar Argentinië is in 1889 als gevolg van de gratis overtochten heel plotseling op gang gekomen. Alleen Friesland telde al honderden landverhuizers onder wie Anne Pieters van Dijke en zijn gezin. In totaal verlieten in 1889 meer dan 4000 arbeiders ons land. In 1890 verminderde dat aantal sterk, waarschijnlijk door teleurstellende berichten van reeds geëmigreerde landbouwers. Anne's gezin heeft de overtocht naar Argentinië gemaakt met een schip van de NASM (Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij). Vermoedelijk was dit het schip genaamd de 'Schiedam', die op 4 juni 1889 is vertrokken en bijna vijf weken later op 9 juli 1889 in Buenos Aires is aangekomen.

De emigratie was voor de meeste landverhuizers geen succes. De belangrijkste oorzaak van mislukking was het geringe percentage emigranten met vakkennis en geld. In 1890 waarschuwde de Consul-Generaal der Nederlanden te Buenos Aires de Haagse politiek dat de werkgelegenheid ten gevolge van een ernstige crisis in Argentinië was afgenomen. Anne was toen nog maar een jaar in Argentinië en dat beloofde dus niet veel goeds. Vele landverhuizers verzochten de Consul om financiële hulp of repatriëring. In 1889 en 1890 zijn veel arbeiders naar ons land teruggekeerd, omdat ze geen andere uitweg meer zagen, maar voor Anne duurde het tot 1893 voordat hij kon terugkeren. Ongeveer de helft van de mensen keerde naar het geboorteland terug. Van de andere helft is een groot deel doorgetrokken naar Noord-Amerika, een klein deel ging naar Brazilië.

Klachtenbrief

Op 20 april 1892 heeft Anne een klachtenbrief met verzoek om repatriëring naar Hare Majesteit Koningin Regentesse der Nederlanden verzonden wegens ernstige omstandigheden. Uit het verzoek blijkt dat hij al een half jaar ziek was en niet meer voor zijn gezin, bestaande uit man, vrouw en drie kleine kinderen, kon zorgen. Hij had bovendien vele schulden waardoor hij geen krediet meer kreeg, kortom hij 'verkeerde met de zijnen in grooten kommer en is ten einde raad' aldus Anne, wiens verzoek werd gehonoreerd en in juli 1893 is hij weer in Friesland teruggekeerd in de gemeente Kollumerland, waarvandaan hij ook is vertrokken.

Klachtenbrief met verzoek om repatriatie (ingekomen 20-4-1892).

Aan H.M. Koningin Regentesse der Nederlanden

Geeft met verschuldig den eerbied te kennen, Anne van Dijke voor 3 jaar uit Nederland vertrokken, laatst woonende in de Gemeente Kollumerland ca.: Dat hij is man en vader van een vrouw en drie kleine kinderen de jongste pas drie maand oud. Dat hij nu gedurende ziek is al een halfjaar lang, en dien ten gevolge niet in staat voor gezin het noodige te verdienen.

Dat hij in Nederland daar zoo veel niet van wist dat de ziekte komt door de warmte, en dan koorsen in hoofdt.

Dat hij dus met de zijnen in grooten kommer verkeerd.

Dat men hem geen crediet meer wil geven, wat het bijgaande briefje reeds uitdrukt vanwege de vele schulden. Dat hij bij den Conselat Generaal zich heeft vervoegd, die hem een fooitje heeft gegeven wat de hoogsten voor drie dagen toereikend was.

Redenen waarom ... [onleesbaar] zich tot H.M. went, met het eerbiedig verzoek hen naar het vaderland terug te doen komen.

Berazatequi.

                                                                    't Weldoende enz.

                                                                    Anne van Dijke>

                                                                    a/c Highland Scot Canning, Berazatequi

                                                                    F.C.Ba, y. E., Republieca, Argentiena.

Uit vorenstaande brief blijkt dat Anne in Berazatequi woonachtig was. Dit is een voorstadje van Buenos Aires. Veel arbeiders vestigden zich in de landbouwprovincie Buenos Aires.

Bronnen: