Emigratie naar Argentinië

het Nieuwsblad van het Noorden over consul Van Riet

zaterdag 15 december 1888

Landverhuizing naar Argentinië

Onze consul te Buenos-Ayres, de heer L. van Riet, schrijft betreffende de landverhuizing naar de Argentijnsche Republiek:

"Uit mijn vroegere rapporten en ook uit het tegenwoordig bericht blijkt, dat Argentinië een land van vooruitgang is en dat het naar menschelijke berekening binnen een niet ver verwijderden tijd een Staat van beteekenis zal worden; dat de verdiensten er ruimer zijn dan in de oude wereld, en zich ook in andere opzichten hier meer gelegenheid dan daar biedt tot het scheppen van een zelfstandigen werkkring; dat het klimaat gezond is, en dat, al geldt het hier een nieuw land, de Europeesche beschaving er vasten zetel heeft genomen. Maar al deze de landverhuizing begunstigende omstandigheden mogen niet tot overdreven illusiën leiden; deze republiek is geen land van won deren, die menschelijke deugden overbodig maken.

Tegenover groote inkomsten staan hier hooge uitgaven voor levensonderhoud. Hij, die zich naar Argentinië wendt, moet dit derhalve doen met de wetenschap, dat ook in dit land moet gewerkt worden en men zonder wel overlegden arbeid evenmin hier als elders resultaten verkrijgt. Hij moet zich voorts bewust zijn, dat in den eersten tijd van zijn verblijf in deze nieuwe wereld hem soms onaangenaamheden, zoo al niet tegenspoeden wachten, als een gevolg zijner onbekendheid met land, taal en volk, eene onbekendheid in het bijzonder van gewicht voor den niet tot een Latijnschen stam behoorende landverhuizer. Doch dit neemt niet weg, dat hij die wat geleerd heeft, het met energie en gezond verstand hier over 't algemeen verder brengt dan in Europa, waar tegenover staat, dat zij, die deze eigenschappen missen, hier nog minde rop hunne plaats zijn dan in de oude wereld. Voor den werkman is ook hier kennis van zijn ambacht of een paar krachtige armen noodzakelijk. Wangedrag brengt hier snel en diep ten val.

Vraagt men, wie in 't bijzonder hierheen verhuizen moet, dan is daarop het antwoord hiervoren reeds grootendeels gegeven. Voor gewone werklieden is hier veel plaats, met 't oog op de groote in uitvoering zijnde openbare werken, en aan ambachtslieden wordt om dezelfde reden eveneens werk in overvloed aangeboden. De grootste toekomst is in dit land weggelegd voor landbouwers, op wie groote uitgestrektheden braakliggende, maar vruchtbare bodem ter ontginning wachten. Wellicht zou ook menig Nederlandsch landbouwer hier op zijn plaats zijn, bijv. in de nabijheid der hoofdstad om kaas, melk en boter van goede hoedanigheid te leveren aan hare honderduizenden inwoners.

Voor lieden uit den zoogenaamden beschaafden stand is hier de minste gelegenheid eene betrekking te verkrijgen, vooral voor hen, die geen bepaald vak verstaan. Ingenieurs, architecten, geneesheeren en kooplieden vinden gemakkelijk eene passende positie, maar ook zij behoeven er niet op te rekenen steeds spoedig na aankomst alhier te slagen.

Aan Nederlanders, die hierheen verhuizen, wordt aanbevolen, zich na aankomst in deze Republiek ter verkrijging van inlichtingen, onmiddellijk aan het Nederlandsch Consulaat te vervoegen."

zaterdag 2 maart 1889

De Argentijnsche republiek

De Nederlandsche consul te Buenos-Ayres, de hoofdstad van de Argentijnsche republiek, is, zooals de Staatscourant mededeelt, reeds spoedig na de aankomst van het eerste schip met Nederlandsche landverhuizers tot de ontdekking gekomen, dat velen de reis hadden aanvaard met overdreven goede verwachtingen.

Nogmaals wijst hij er op, dat de te overwinnen moeielijkheden niet te licht geacht mogen worden. Men vergete toch niet, dat de Argentijnsche regeering niet de verplichting op zich genomen heeft de landverhuizers voort te helpen, zoodat zij zooveel mogelijk het "help u zelven" in toepassing moeten brengen.

De heer van Riet wil de landbouwers in geenen deele afraden naar Argentinië te komen, maar zij moeten er zich op voorbereiden, dat de eerste tijd van hun verblijf aldaar een harde strijd is. Hebben zij eenige jaren flink gewerkt, dan zal de verkregen uitslag zeker tegen de ontberingen van vroeger opwegen.

Behalve voor landbouwers is ook voor handwerkslieden goede gelegenheid om vooruit te komen, want er wordt wellicht in geen land ter wereld zooveel gebouwd, maar alleen naar knappe handwerkslieden bestaat veel vraag. Zij, die hun vak slechts half verstaan, vinden ook hier niet zoo gemakkelijk voordeelige plaatsing.

De loonen van handwerkslieden zijn te Buenos-Ayres, in Nederlandsch geld uitgerekend, ongeveer als volgt:

Loon per dag voor een
gewoon werkman
goed werkman
Metselaar
f 4.30
f 5.20
Opperman of sjouwerman bij 't werk
" 2.80
" 3.--
Timmerman
" 5.--
" 5.60
Kapwerker
" 5.60
" 7.--
Smid
" 4.80
" 5.40
Gevel-cementwerker
" 6.--
" 8.--
Stukadoor
" 5.20
" 6.--
Draaier
" 6.--
" 8.--
Glazenmaker
" 5.20
" 6.--
Lood- of zinkwerker
" 5.20
" 6.40

Tegenover deze loonen staan echter hooge kosten voor levensonderhoud, want woningen zijn in de hoofdstad zeer duur. Voor ééne eenvoudige kamer in de buitenwijken wordt f 20 per maand huur betaald, welke hooge huur uit den aard der zaak vooral hem treft, die met een groot huisgezin hierheen is gekomen en niet spoedig plaatsing heeft gevonden. Is zoo iemand van alle middelen ontbloot, dan komt hij soms in groote ongelegenheid. De heer van Riet raadt dan ook geen handwerksman aan met een gezin, waartoe kleine kinderen behooren, over te komen zonder over minstens f 200 te beschikken. Kan het zijn dat het gezin voorloopig in Nederland blijft, dan is dit steeds het beste. Later, wanneer iemand eenige maanden in Argentinië heeft vertoefd en eene goede betrekking verkregen, dan kan hij de zijnen gemakkelijk laten nakomen, waardoor de hooge onkosten van het eerste verblijf vermeden worden. Ook geeft hij den handwerksman den raad zich naar eene binnenlandsche stad te begeven, wanneer hij te Buenos-Ayres niet onmiddellijk na aankomst mocht slagen. Een langer verblijf veroorzaakt dikwijls slechts verlies van tijd en geld, en beneemt de gelegenheid op staatskosten naar 't binnenland te reizen. Ook neme men in aanmerking, dat de hoofdstad het punt van aankomst van alle landverhuizers is, en dus ook de stad waar de meeste werkkrachten zich aanbieden.

Hebben hier knappe handwerkslieden en landbouwers op den duur een goede toekomst, minder is dit het geval met werklieden die geen bijzonder vak verstaan. Zij kunnen wel hun brood verdienen, maar ook niet veel meer, want zij vooral hebben te kampen met hun gebrek aan kennis der Spaansche taal en in 't bijzonder met de groote mededinging der Italiaansche arbeiders, die hier bij duizenden aankomen en veel goedkooper kunnen werken dan de onzen, omdat zij geringer behoeften hebben.

De heer van Riet komt vermoedelijk in de maand Maart of April hier te lande. Hij zal alsdan gelegenheid geven aan ieder, die zulks mocht verlangen, mondelinge inlichtingen te verstrekken. Zouden zij, die er over denken uit te trekken naar Argentinië, niet wachten op de komst van dezen ambtenaar, die in allen deele de man is om de landverhuizers goeden raad te geven.