Eyso de Wendt

Oostenburg, de landgoederen

Op 26 juni 1762 keert Eyso de Wendt als een rijk man terug in Nederland. Hij vestigt zich aanvankelijk in Leeuwarden en koopt daar aan het eind van het jaar voor 10.000 caroliguldens een deftig huis in de Grote Kerkstraat te Leeuwarden, waar momenteel op nummer 212 het Fries Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (FMLD) is gevestigd. Daarna heeft hij nog twee panden in Leeuwarden gekocht, namelijk in de Kleine Hoogstraat en op de hoek van de Kleine Hoogstraat en Grote Kerkstraat.

Vanaf 1763 begint Eyso met zijn vele aankopen in Kollum. Hij komt dan voor het eerst in het reëelkohier voor met een huis op nummer 102, dat leeg staat en niet verhuurd is. Helaas geven de reëelkohieren geen aanwijzingen over de locatie. Dat is wel het geval met de eigendommen in de floreenkohieren, die dank zij de koppeling met het kadaster in 1850 en 1860 goed te lokaliseren zijn. De proclamaties geven een globaal idee van de ligging van het perceel of gebouw door de vermelding van de naastlegers ten oosten, zuiden, westen en noorden, maar ook niet meer.

Door de afbraak van huizen, het samenvoegen van percelen, een volledige hernummering van het reëelkohier in 1775 (die toen ook door de vele transacties misschien de weg al kwijt waren) heb ik ervoor gekozen om alleen de floreeneigendommen in 1768, 1778 en 1788 in kaart te brengen.

Daaruit blijkt dat alle aankopen van land gericht waren op het scheppen van een buitenplaats met landgoederen vanaf Oostenburg naar het zuiden en oosten tot de trekvaart. Daar is Eyso dank zij zijn in de VOC verkregen grote rijkdom bijna geheel, maar toch niet helemaal, in geslaagd. Uit zijn testament in februari blijkt dat de Steenen Berg nog niet helemaal af is en door neef en erfgenaam Eco de Wendt en echtgenote moet worden voltooid.

In rood staan de eigendommen volgens het floreenkohier van 1768, in blauw van 1778 (inclusief de rode gebieden) en in groen van 1788 (samen met de rode en blauwe gebieden). Kortom, er gaat niets af, elke keer komt er meer bij. De ontbrekende witte stukken land zullen ongetwijfeld ook in het bezit van Eyso zijn geweest, anders had hij nooit de Steenen Berg kunnen aanleggen. Maar het zullen niet-floreenplichtige stukken land zijn geweest.

floreenplichtige landgoederen van Eyso de Wendt

De stukken land die aangeduid zijn met een nummer hadden een naam:

  1. Jentum
  2. Dobfenne (een fenne is een weiland)
  3. Koyfenne
  4. de Fluwelen Lap

Na het overlijden van Eyso de Wendt wordt opgemaakt een "inventaris van goederen nagelaeten door den Heere Eijso de Wendt in leeven Grietman over Westdongeradeel etc: etc: in Leeuwarden overleeden den 1e Maart 1780 overgeleverd door desselvs Erfgenaamen den Heere Eco de Wendt Raad in de Vroedschap der Stad Workum en Gecommitteerde Staat in het mindergetal; en Vrouwe Geertruid Redding om volgens deezen het Collaterael aen den Lande te betaelen". De waarde van de onroerende goederen wordt vastgesteld op basis van het reëelkohier:

Nr
Omschrijving
reëelkohier
waarde
een huis cum annexis in de Groote Kerkstraat binnen Leeuwarden
274-18-02
4997-10-00
een huis op de hoek van de Kleine Hoogstraat en Groote Kerkstraat te Leeuwarden
83-10-10
1518-02-08
een huis in de Kleine Kerkstraat te Leeuwarden
55-06-06
1005-12-08
Kb44
een huis cum annexis te Kollum, samen met Kb42 en Lk134
150-00-00
2726-17-00
Kb66
een huis te Kollum
45-00-00
818-00-00
>Kb77
een hof te Kollum
15-00-00
375-00-00
Kb108
een huis te Collum
78-00-00
1417-10-00
Lk1
een zathe lands te Kollum, groot 60 pondemaat cum annexis, samen met Lk32, Lk34 t/m Lk40, Lk43, Lk44 en Lk82
464-10-00
8445-00-00
Lk2
een huis te Collum
34-03-00
620-12-08
Lk33
4 pondemaat land te Kollum
36-00-00
900-00-00
Lk81
3 pondemaat land
13-10-00
337-10-00
Tk21
een zathe lands te Kollum, groot 108 pondemaat, samen met Tk27
520-00-00
9454-07-08
Tk39
4½ pondemaat land onder Kollum
72-00-00
1800-00-00
een zathe lands onder Burum, groot 81 pondemaat
490-00-00
8908-15-00
een zathe lands te Burum, groot 98½ pondemaat
713-00-00
12963-02-08
een zathe lands te Holwerd, groot 33 pondemaat
326-10-00
5935-12-08
een zathe lands te Ternaard, groot 34 pondemaat
235-00-00
4272-10-00
huurtegoeden
1960-05-10
Totaal
68456-07-10

De nummers in de tabel zijn de nummeraanduidingen in het reëelkohier van 1780; met de afkorting Kb wordt de Kerkeburen van Kollum bedoeld, met Lk Laansterkluft en met Tk Torpmakluft.

Als Leonardus, het oudste kind van Eco, in 1834 overlijdt, besluiten de resterende erfgenamen Oostenburg en de bijbehorende percelen publiek te verkopen. De provisionele veiling wordt vastgesteld op 16 januari 1836 en de finale twee weken later, op 30 januari.

veiling Oostenburg

advertentie finale veiling in de Leeuwarder Courant van 29 januari 1836

Uit de door notaris Reinder Buijsing te Kollum opgemaakte bijbehorende aktes (Tresoar, toegangsnummer 26, inventarisnummer 71009, repertoire 7 d.d. 16 januari en 12 d.d. 30 januari 1836) blijkt dat tot de "buitenplaats genaamd Oostenburg, bestaande in een huis en erve, zomerhuis, Steenenberg, tuinen en lanen, met daarbij gelegen weidland, bouwland en bosschen, groot te zamen veertig bunders tweeëntachtig roeden, zesenzeventig ellen" de volgende kadastrale nummers gerekend mogen worden: D23 t/m D34, D302 t/m D313, D316, D317, D320 t/m D324, D361 en D370a. Daarboven worden nog te koop aangeboden de reed, twee stukken land (A70 en A71) en een kamp weidland (D567). Dit alles wordt in de notariële akte aangegeven in 33 kavels.

De kavels heb ik gesplitst in twee afzonderlijke tabellen, namelijk eerst de acht kavels die dicht in de buurt van Kollum lagen en daarna de overige wat verder gelegen percelen tot aan de trekvaarten.

kavel kad.nr. floreen nr. floreen bedrag kavelgrootte omschrijving
1 --- 24 1-00-00 --- een huis-steed thans gebruikt wordende als reed, aan de zuidkant van de Kerkeburen te Kollum.
2 D361 --- --- 3r 60e een plek gronds het Eikenboschje genaamd; de lindebomen staande in de haag ten oosten zijn niet in dit perceel begrepen.[2]
3 D370a --- --- 13r 70e een tuin aan de koemerkt (ten oosten); de lindebomen staande in de tuin ten westen zijn niet in dit perceel begrepen.
4 D567 --- --- 28r 20e een kamp greidland aan de Kollumertrekweg, de Tolhuiskamp genaamd, belast met onderhoud van de gehele sloot ten oosten, zullende de modder niet op de trekweg maar op het land moeten worden geworpen.
5 D320 105 0-10-00 48r 90e een tuin, de Buitentuin genaamd, met de vruchtbomen.
6 D321 en een deel van D322 105 0-10-00 3r 70e + ca. 18r een hoekje grond aan de Kollumertrekweg + een gedeelte van het plein voor de buitenplaats tot nevens de westersche ... De ijzeren hekken met de palen ten oosten en noorden worden niet mede verkocht1.
7 D323 en een deel van D322 105 0-16-00 ca. 29r + 72r 70e de grond waarop thans staat de heerenhuizinge Oostenburg, koetshuis, stalling en bergschuur, de grond voor huis ten oosten van de steeg (ten noorden) tot aan de groenehek (ten zuiden), voorts de tuin achter of ten westen van de genoemde gebouwen met de vruchtbomen2.
8 D324 105 0-08-00 39r 30e een boschje, het doolhof genaamd

De eerste drie percelen liggen alle ten noorden van een steeg.

1 De koper moet gedogen dat als Oostenburg wordt afgebroken, het afbraakmateriaal op het perceel wordt opgeslagen tot uiterlijk 1 november 1837.

2 Vreemd genoeg staat in de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) van 1832 dat Bartele Oedses Radema de eigenaar van dit perceel is.

De acht percelen staan op onderstaand kaartje aangegeven.

eigendommen Eyso de Wendt in dorp Kollum

kavel kad.nr. floreen nr. floreen bedrag kavelgrootte omschrijving
9 D23 106.04 1-14-00 91r 10e een stuk greidland ten westen van de eikencingel.
10 D25 106.05 1-00-00 89r een stuk bouwland.
11 D34 119.10 1-07-00 1b 61r 40e een stuk bouwland.
12 D26 178 1-07-00 1b 40r 50e een stuk bouwland benevens de cingel ten oosten.
13 D33 192 1-03-08 1b 49r 60e bosch.
14 D32 192 1-00-00 1b 42r 60e bosch.
15 D31 107.04 1-14-00 1b 49r 90e bosch aan het naauw cingeltje, waarbij behoort de beplante cingel ten westen, benevens de cingel ten zuiden en de cingel ten noorden.
16 D30 177 2-00-00 1b 27r 50e bosch benevens de cingel ten noorden.
17 D29 177 1-21-00 1b 14r 60e bosch benevens de cingel ten zuiden.
18 D28 168 1-24-08 1b 33r bosch benevens de cingel ten zuiden en ten oosten.
19 D27 169 1-24-08 1b 10r 70e bosch met de cingel ten oosten en noorden.
20 D310 en een deel van D311 106.03 1-00-00 1b 82r 50e bosch met de cingel ten noorden tot nevens de westersche sloot, en het zuidwestelijk gedeelte van de grond waarop de Steenenberg staat.3.
21 D307 106.03 0-14-00 1b 74r 60e bosch met de cingel ten oosten.
22 D305 166 1-14-00 1b 50r 20e bosch met de cingel ten oosten.
23 D304 en D302 166 1-00-00 95r 30e bosch, de Fok genaamd, met de cingel ten oosten en ten zuiden, en de grond waarop het zomerhuis staat. 4.
24 D303 165 0-10-00 1b 52r 60e bosch met de cingel ten oosten en zuiden4.
25 D306 165 0-12-00 92r 30e bosch met de cingel ten oosten.
26 D308 165 0-07-00 1b 9r 40e bosch met de cingel ten oosten.
27 D309 en een deel van D311 165 0-06-00 1b 1r 60e bosch met de cingel ten noorden en oosten, en het oostelijk gedeelte van de grond waarop de steenen berg staat3.
28 D312 en een deel van D311 162 2-03-08 1b 39r 40e bosch met de cingel ten oosten, en het noordwestelijk gedeelte van de grond waarop de berg staat3
29 D313 106.02 1-00-00 1b 51r 20e bouwland met de cingel ten oosten.
30 D316 106.02 1-00-00 1b 50r 50e bouwland met de cingel ten oosten.
31 D317 163 3-00-00 1b 60r 90e bouwland, de eerste dobbefenne genaamd, met de cingel ten oosten.
32 A71 119 1-18-00 1b 58r een stuk greidland gelegen op het west van Kollum.
33 A70 119 1-17-00 1b 50r 70e een stuk greidland.

3 De koper moet gedogen dat het afbraakmateriaal van de Steenen Berg op de singels van het perceel wordt opgeslagen tot uiterlijk 1 november 1837.

4 De koper moet gedogen dat het afbraakmateriaal van het zomerhuis op de singels van het perceel wordt opgeslagen tot uiterlijk 1 november 1837.

land van Eyso de Wendt

In 1835 hebben de erfgenamen van Eyso de Wendt en de grietenij Kollumerland een transactie gesloten, waarbij de grietenij afziet van eventuele aanspraken als de erfgenamen tegen de bepalingen van het testament handelen. Dezen willen namelijk alle bezittingen vrij verkopen, terwijl er ook het een en ander valt aan te merken op het in goede staat houden van Oostenburg, de Steenen berg en het zomerhuis. In ruil daarvoor krijgt de grietenij ƒ10.000. Dat bedrag wil men gebruiken voor de bouw van een arm- en werkhuis op dezelfde plek.

De grietman van Kollumerland, Louis Gaspard Adrien graaf van Limburg Stirum, koopt op de veiling namens de grietenij de percelen 1, 2, 6, 7, 31 en eenderde (het oostelijk) deel van perceel 3. De laatste aankoop is bedoeld om de koemarkt te vergroten, want op vrijdag 15 april 1836 verschijnt de volgende advertentie in de Leeuwarder Courant:

advertentie in Leeuwarder Courant van 15 april 1836 over aankoop van goederen van Eyso de Wendt voor het vergroten van de koemarkt

Inderdaad blijkt uit een eerdere vergadering van de grietenijraad van maandag 2 februari 1836, "dat men nu de nodige grond voor oprichting van een arm en werkhuis te Kollum heeft aangekocht", maar dat daarnaast behoefte is

  1. aan meerdere ruimte op de koemerkt
  2. een geschikter plaats voor het brandspuithuisje
  3. voor de vischafslag in het vervolg
  4. voor een betere reed om op de trekweg na het tolhuis te kunnen komen
  5. en voor een bleek of tuin bij het grietenije huis, bij welk huis geen van beide was, zoo dat buiten de grond, voor het arme huis, mede in bovengenoemde benodigdheden bij verkoop van de vastigheden van den heer de Wendt kon worden voor zien.

Wat de koemarkt betreft, in de vergadering van de grietenijraad van maandag 9 mei 1836 besluit men de straat en de koemarkt met balsteen te vloeren. Kort daarop verschijnt op vrijdag 13 mei onderstaande advertentie in de Leeuwarder Courant:

advertentie in Leeuwarder Corant van 13 mei 1836 over koemarkt