Mijn geboortehuis in Kollum

Andrys Pytters en Styntje Korneles (1730-1735)

Op 17 mei 1722 trouwen Andrys Pytters en Styntje Cornelis te Kollum. In de DTB vinden we de doop te Kollum van de volgende kinderen: Pieter (21 feb 1723), Cornelis (18 nov 1725), Sytske (14 jul 1727), Aafke (30 jul 1730), naam onbekend (8 jun 1732), Harmen (24 aug 1738), Kornelis (20 dec 1739), Sytske (29 apr 1742). In de volkstelling van 1744 heb ik dit gezin niet kunnen vinden, maar volgens de quotisatie van 1749 woont de gemeen arbeider Andris Pytters met twee volwassenen en twee kinderen in de Kerkburen te Kollum.

Koper(s) Andris Pyters en Styntie Korneles
Verkoper(s) Grytje Arents (met man Jan Maurits), Janke Arents (met man Klaas Rienks), Dirk Arents, Tryntie Arents, Wipkjen Arents (met administrateur Jan Dirks)
Huurder(s) Grytje en Janke Arents
Omschrijving Huisinge, hovinge, bomen ende plantasie
Plaats Arnoldus Straat
Naastleger ten oosten Arnoldus Straat
Naastleger ten zuiden Armvoogden van Kollum
Naastleger ten westen Armvoogden van Kollum
Naastleger ten noorden Marten Jansen
Grondpacht 2 gld. 5 st. aan Jan Dirks
Verkoopbedrag 49 gld
Datum akte 30 dec 1729
Proclamatiedata 17 jan 1730; 31 jan 1730; 28 feb 1730
Overdrachtsdatum 12 mei 1730

Koopakte (inv. nr. 112, akte nr. 29):

Koopakte 1729 deel 1

Koopakte 1729 deel 2

Andris Pyters en Styntie Korneles, egtelieden tot Kollum, doen proclameren ende te bode stellen sekere huisinge, hovinge, bomen ende plantasie met alle het gene daar in, om en aan aard-, band-, spijker- en nagelvast is ende daartoe behoort, staande ende gelegen in de Arnoldus Straat binnen Kollum voorschreven, wordende tegenswoordig bij Grietje en Janke bewoont ende gebruikt, hebbende de gemene Arnoldus Straat ten oosten, de armvoogden van Kollum ten westen en zuiden en Marten Jansen ten noorden, bezwaart met twee caroliguldens vijf stuivers jaarlijcks grondpagt aan Jan Dirks uit te keren, sampt met onderhoudinge van staketten na ouder gewoonte, voorts met sodanige actien, profijten, servituten en geregtigheden in voegen daarop van outs zijn behorende: dit also in koop bekomen van Grijtje Arents gesterkt met haar man Jan Maurits en Janke Arents gesterkt met haar man Klaas Rienks, Dirk Arents, en Trijntie en Wijpkjen Arents gesterkt met haar administrator Jan Dirks alle tot Kollum en Dockum wonagtig voor de somma van negen en veertig caroliguldens van twintig stuivers het stuk, te betalen op een termijn bij ’t vertekening der koopbrijf en dat de parten van Trijntie en Wijpkjen Arents daaran sullen moeten blijven staan, tot somma van negentien caroliguldens 12 stuivers ter tijdt en solange zij de ouderdom van vijfentwintig jaren sullen hebben bereijkt met vijf ten hondert voor intresse jaars, en dat alle onkosten over dese koop gevallen, so van bodekonsent 40ste penning als brijfschrijven door de egtelieden kopers alleen sal worden betaalt, en sal de possessie met den 12 Maij 1730 ingaan. Breder vermogens koopbrijf daaraf sijnde in dato den 30 December 1729.

Den 17 Januarij 1730 de eerste proclamatie

Den 31 dito de twede proclamatie

Den 28 Februarij 1730 de derde proclamatie omgekomen.

Volgende eigenaar of terug naar alle eigenaren