Mijn geboortehuis in Kollum

Bartel Johannes en Tryntje Jans (1735-1736)

Op 8 januari 1730 trouwen Bartel Johannis en Tryntje Jans te Kollum. In de DTB van Kollum hebben we geen kinderen kunnen vinden. Bartel Johannes komt echter in de volkstelling van 1744 voor met vier personen. Volgens de quotisatie van 1749 woont de gemeen schoenmaker Bartel Johannes met drie volwassenen in de Kerkburen te Kollum.

Koper(s) Bartel Johannes en Tryntje Jans
Verkoper(s) Andris Pyters Huisman en Styntje Korneles
Huurder(s) Koert Lubbes
Omschrijving Huisinge, agterhuisinge, hovinge, bomen ende plantasie
Plaats Arnoldussteeg
Naastleger ten oosten Arnoldussteeg
Naastleger ten zuiden Arme staat van Kollum
Naastleger ten westen Berent Jans met een uitgang
Naastleger ten noorden Marten Jansen
Grondpacht 2 gld. 5 st. aan Jan Dirks
Verkoopbedrag 80 goudgld 14 st.(1 goudgld = 28 st.)
Datum akte 1 feb 1735
Proclamatiedata 1 mrt 1735, 15 mrt 1735, 29 mrt 1735
Overdrachtsdatum 12 mei 1735

Koopakte (inv.nr. 112, akte nr. 116)

Koopakte 1735

Bartel Johannes en Trijntje Jans, egtelieden tot Kollum, doen proclameren ende te bode stellen sekere huisinge, agterhuisinge, sampt hovinge, bomen ende plantasie, daar bij behorende, staande ende gelegen in Arnoldussteeg tot Kollum voorschreven, wordende bij Koert Lubbes als huirder gebruikt, dog op den 18 Maij 1735 vrij van huirjaren, hebbende tot naastlegers voorschrevene steeg ten oosten, de armestaat van Kollum ten zuiden, Berent Jans met een uitgang ten westen, en Marten Jansen ten noorden, sijnde vrij van floreen dog bezwaart met twe karoliguldens vijf stuivers jaarlijxse grondpagt aan Jan Dirks uit te keren, wijders met lasten en zwarigheden, sampt actien, profijten en geregtigheden daar toe en aan van outs hebbende behoort; dit aldus bij vrije wille en strijkgeldt in koop bekomen van Andris Pijters, huisman ende Stijntje Korneles, egtelieden onder Kollum, voor de somma van tagtig goutguldens en veertien stuivers, ijder goutgulden agtentwintigstuivers doende, te betalen niet met landtschaps obligatien opte thoner dees, maar met klinkende gemunte penningen op twee gelijke termijnen en respectievelijk 1e Maij dagen in de jaren 1735 en 1736 telkens de geregte helfte van dien tot de volle betalinge toe, ende dat alles in vrij kost en schadelosen gelds, so van bodekonsent 40ste penning schrijven van de koopbrijf en reversaal met zeguls actuarius vacatien strijk verhoog ende armegelden, verteringen en alle andere geen uitgesonderde omgelden over de publique verhoginge bij strijkgeldt en 't perfecteren dies gevallen, welke daar en boven door de egtelieden kopers sullen moeten worden betaalt, en sal de possessie met de 1e Maij 1735 ingaan. Breder vermogens koopbrijf daar af sijnde in dato den 1 Februarij 1735.

Den 1 Martius 1735 de eerste

Den 15 dito de twede

Den 29 dito de derde proclamatie omgekomen.

Volgende eigenaar of terug naar alle eigenaren