De eigenaren van mijn geboortehuis in Kollum

Djurre, Tjerk, Tjitske, Fedde Franzes Broersma (1875-1897)

In 1875 kopen de kinderen Djurre, Tjerk, Tjitske en Fedde de boerderij van hun vader Frans Kornelis, die kort daarna op 29 oktober 1877 overlijdt.

Register van overschrijving deel 686, nummer 12
Dagregister deel 54, nummer 187 dd. 25 augustus 1875
Notaris onderhands
Datum koopakte 9 augustus 1875
Verkoper(s) Frans Kornelis Broersma, landbouwer/landgebruiker te Kollum
Koper(s) Tjerk Franzes Broersma, Tjitske Franzes Broersma ongehuwd meerderjarig, Fedde Franzes Broersma en Djurre Franzes Broersma, allen zonder beroep te Kollum
Kadastrale nummer(s) D359
Omschrijving percelen Eene huizinge en schuur met erf en verder aan behooren staande en gelegen te Kollum, aan het zoogenaamde Hoog, volgens den titel van aankomst belast met twee gulden vijf en twintig cents jaarlijksche grondpacht aan Van Riesen te Bergum, doch dat grondpacht zeer waarschijnlijk is afgekocht, begeregtigd met vrije reed en drift over het erf van Douwe Jans de Jong nomine uxoris.
Koopprijs ƒ 1.500
Grootte 3 ares
Aanvaarding per direct

In leggerartikel 478 onder nummer 10 wordt het huisnummer vermeld: B34. Dit stemt overeen met de informatie uit het bevolkingsregister van Kollum.

In april 1878 gaan de eigenaren over tot aankoop van “ongeveer honderd vijf en vijftig vierkante meters grond gelegen te Kollum zijnde het zuidelijkste gedeelte volgens afbakening van het perceel ten Kadaster bekend Gemeente Kollum Sectie D nummer 645 geheel groot vijf ares dertig centiares. Het verkochte blijft langs de oostkant bezwaard met reed ten behoeve van het overige gedeelte aangemeld nummer 645. De staketting (= een schutting uit verbonden palen bestaande) dienende tot afscheiding aan de noordkant van het verkochte behoort in eigendom en onderhoud bij het verkochte gelijk ook het stek aan de zuidkant, terwijl (ook) het stek aan de westkant aan den naastleger aldaar in eigendom en onderhoud behoort. Het verkochte is voorts nog langs de westkant bezwaard met waterlossing ten behoeve van de naastlegers ten westen.” Verkoper is bakker Abraham Bottema.

Dezelfde aankoop is ook terug te vinden in leggerartikel 1241 nummer 1, waar in het dienstjaar 1879 (het kadaster loopt vaak een jaar achter) sprake is van een “vereeniging”. Daarna verandert het perceelnummer in D1001 en is de grootte 4 are 95 ca.

advertemtie Leeuwarder Courant van 11 april 1899Volgens blad 156 van het bevolkingsregister Kollum 1880-1900 wonen Tjerk, Tjitske, Fedde, Djurre en Tietje eerst in het huis met nummer B34, later B37 te Kollum. Waarschijnlijk is hier sprake van een verandering van huisnummers in Kollum, want ze zijn vrijwel zeker niet verhuisd. Tjerk en Fedde worden aangemerkt als landbouwers, Djurre als voerman. Tietje is weduwe; ze was in 1870 getrouwd met Jan Ritskes Bottinga die in 1889 kwam te overlijden. Het huwelijk was kinderloos. Tjerk, Tjitske, Fedde en Djurre zijn alle vier ongehuwd en Nederlands Hervormd.

Een ongedateerd register van huisnummering in het gemeentearchief van Kollumerland (inv.nr. 1242) vermeldt dat Djurre en Tietje Broersma met Jelle Stegewans wonen in het huisnummer B37 met kadastraal nummer D1212. De overlijdens in aanmerking nemende (zie hierna) stamt het register uit de periode tussen 1895 en 1897.

Achtereenvolgens overlijden Fedde (9 oktober 1885), Tjitske (9 december 1888), Tjerk (29 augustus 1895) en als laatste Djurre (29 december 1897). Djurre heeft kort voor zijn overlijden, op 1 april 1897, de boerderij bij testament vermaakt aan zus Tietje (1897 Kollum, notaris A.J. Andreae, inv. nr. 070073 repertoire nr. 34 d.d. 1 april 1897, testament - Djurre Broersma te Kollum).

testament Djurre Broersma

Voor mij Meester Arnoldus Johannes Andreae, notaris, ter standplaats Kollum, is, in tegenwoordigheid der na te noemen twee getuigen verschenen: Djurre Broersma voerman en landgebruiker, wonende te Kollum; [...]

Ik herroep alle vroegere door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen. Ik stel en benoem tot mijne eenigste erfgenaam van mijn geheele nalatenschap mijne zuster Tietje Broersma weduwe Jan Bottinga, huishoudster, te Kollum.

Daarna heb ik notaris deze beschikking aan den testateur voorgelezen en is na die voorlezing door mij aan hem afgevraagd of het voorgelezene zijnen uitersten wil bevatte, waarop door hem toestemmend is geantwoord, welke voorlezing, afvraging en beantwoording, mede in tegenwoordigheid en ten aanhoore der getuigen heeft plaatsgehad. [...]

De overlijdens vinden we ook terug in eerdergenoemd leggerartikel 1241, waar we doorgehaalde getallen 1/3 en ½ terugvinden als er weer een Broersma is overleden en het aandeel in de eigendommen verandert. In het dienstjaar 1891 vindt een zogenaamde redreskartering plaats, waarbij een groot deel van het centrum (en ook de boerderij) opnieuw wordt gemeten. Het perceelnummer verandert dan in D1212; de perceelgrootte wordt vastgesteld op 4 are 66 ca. en tot op heden zijn beide gegevens nog van toepassing.

Volgende eigenaar of terug naar alle eigenaren