De eigenaren van mijn geboortehuis in Kollum

Jan Kornelis Broersma en erfgenamen (1842-1864)

Jan Kornelis Broersma is op 1 april 1801 te Kollum geboren als jongste zoon van Kornelis Eb(b)es Broersma en Tjitske Tjipkes Rinsma. In 1842 koopt hij bij de finale publieke veiling de boerderij.

Register van overschrijving deel 78, nummer 1
Dagregister deel 7, nummer 1090 dd. 3 februari 1843
Notaris Reinder Buijsing te Kollum
Datum koopakte 4 januari 1843
Verkoper(s) Mejufvrouw Minke Blau, weduwe Molle Oedzes Radema, winkeliersche te Kollum.
Koper(s)
  • Provisioneel (na afloop van de eerste veiling op 21 december 1842): Jan Lefferts Heringa, schoenmaker te Kollum, voor ƒ 550.
  • Finaal (na de tweede veiling op 4 januari 1843): Jan Kornelis Broersma, landgebruiker te Kollum.
Kadastrale nummer(s) D359
Omschrijving percelen Een woonhuis met schuur en stalling gequoteerd wijk A Nummer 59, erve en verder aanbehooren, staande en gelegen te Kollum aan het zoogenaamde hoog, ten zuiden van het vorige perceel, hebbende tot naastlegers ten oosten de Arnoldi Steeg ten zuiden de Armvoogdij ten westen den heer Casper Walker ten noorden het vorige perceel, belast met twee gulden vijf en twintig cents jaarlijksche grondpacht aan van Riesen te Bergum, begeregtigd met vrije reed en drift over het erf van genoemden heer Walker.
Koopprijs ƒ 595
Grootte 3 roeden
Aanvaarding 3 februari 1843

Beide transacties vonden plaats in De Roskam met Wijbe van der Wal als kastelein.

In leggerartikel 479, nummer 8, staat dat in het dienstjaar 1856 sprake is van expiratie en herbouw. De vraag is: wat is er afgebroken en wat herbouwd? Helaas is hiervan niets terug te vinden. Uit volgnummer 630 van de Suppletoire Aanwijzende Tafel (SAT) van het dienstjaar 1856 blijkt dat het belastbaar inkomen van het bebouwde deel is verhoogd van ƒ 27 naar ƒ 36, terwijl het onbebouwde deel niet is veranderd. Kan hieruit de conclusie worden getrokken dat het bebouwde deel na herbouw groter is geworden?

Schilder Wiebren van der Ploeg vertelt in een artikel in het Dagblad van Noord-Oost Friesland dat zijn overgrootvader de boerderij in de tweede helft van de 18e eeuw heeft gebouwd. Dat lijkt onwaarschijnlijk, maar het zou best eens kunnen kloppen dat deze betrokken is geweest bij de herbouw in de tweede helft van de 19e eeuw, dus in 1856.

Volgens blad 50 van het bevolkingsregister Kollum 1860-1880 woont hij in bij het gezin van zijn oomzegger, de akkerbouwer Kornelus Franzes (bestaande uit echtgenote Grietje Tjeerds Huizinga en de kinderen Jan, Tjeerd en Aukje) in het huis B36 te Kollum. Hij overlijdt daar op 1 april 1860, 59 jaar oud en ongehuwd.

Drie jaar na zijn overlijden, op maandag 16 november 1863, organiseert notaris Beekhuis te Buitenpost op verzoek van Kornelus Broersma de veiling van de boerderij en een zestal stukken land. De openbare veiling wordt aangekondigd in de Leeuwarder Courant van 27 november 1863:

advertentie Leeuwarder Courant van 27 november 1863

Verkopers zijn de vijf erfgenamen (of bij overlijden hun afstammelingen) van Jan Kornelis Broersma, de broers en zusters Maaike (1786), Tjipke (1787), Djurre (1791), Sjoukje (1794) en Frans (1799), allen geboren te Kollum.

Volgende eigenaar of terug naar alle eigenaren