Mijn geboortehuis in Kollum

Pytter Johannes en Rinske Korneles (1736-1760)

Van Pytter Johannes en Rinske Korneles heb ik helaas geen huwelijk gevonden, ook geen geboortes. Het gezin komt met twee personen voor in de volkstelling van 1744, terwijl volgens de quotisatie van 1749 de sobere voerman Pytter Johannes met twee volwassenen in de Kerkburen te Kollum woont. Volgens de speciekohieren overlijdt zijn vrouw Rinske Korneles in 1751, maar hij hertrouwt op 3 juni 1753 te Kollum met Taeetske Freerks uit Oudwoude. Volgens de speciekohieren wordt Pytter Johannes in 1758 gealimenteerd. Om die reden zal hij de boerderij kort daarop hebben verkocht.

Koper(s) Pyter Johannes en Rinske Korneles
Verkoper(s) Bartel Johannes (mr. schoenmaker) en Tryntie Jans
Huurder(s) Schelte Willems
Omschrijving Huisinge en agterhuis, sampt bomen en plantasie
Plaats Arnoldussteeg
Naastleger ten oosten Arnoldussteeg
Naastleger ten zuiden Armestaat van Kollum
Naastleger ten westen Berent Jans met een uitgang
Naastleger ten noorden Marten Jansen
Grondpacht 2 gld. 5 st. aan Jan Dirks
Verkoopbedrag 148 car. gld en een zilveren dukaton
Datum akte 1 dec 1735
Proclamatiedata 20 dec 1735, 7 jan 1736, 31 jan 1736
Overdrachtsdatum 12 mei 1736

Koopakte (inv.nr. 112, akte nr. 130)

Koopakte 1736

Pijtter Johannes en Rinske Korneles, egtelieden tot Kollum, doen proclameren ende te bode stellen, sekere huisinge en agterhuis, sampt bomen en plantasie daarbij behorende, mitsgaders plaat en stander, karnwigt, spijskamersbord en bedsplanken, ook twe cley scalen en verders al 't gene in om en aan voorschrevene huisinge aard, band, spijker en nagelvast is, staande ende gelegen in Arnoldussteeg tot Kollum, wordende tegenswoordig bij Schelte Willems als huirder gebruikt, dog op den 12 Maij 1736 vrij van huirjaren, hebbende voorschrevene steeg ten oosten, de armestaat van Kollum ten suiden, Berent Jans met de uitgang ten westen en Marten Jansen ten noorden, zijnde vrij van floreen, dog bezwaart met twee karoliguldens vijf stuivers jaarlijxse grondpagt aan Jan Dirks uit te keren, voorts met lasten en zwarigheden sampt actien, profijten en geregtigheden daar toe en aan van outs hebbende behoort, dit alles in koop bekomen van Bartel Johannes, mr. schoenmaker, en Trijntie Jans, egtelieden mede tot Kollum, voor de somma van eenhondert vijf en veertig karoliguldens en een silveren dukaton, de gulden twintig stuivers doende, te betalen op twe gelijke termijnen, namentlijk den 12 Maij 1736 en den 12 Maij 1737, telkens de geregte helfte des koopschats, niet met lands obligatien op thoner dees, maar in klinkenden en gemunten gelds. Daar te boven sullen de kopers vergoeden en betalen konsent en proclamatien, 40ste penning seguls, brijfschrijven en verders omgelden op dese koop vallende, niets exampt, en sal de possessie met den 12 Maij 1736 ingaan. Breder vermogens koopbrijf daar af zijnde in dato den 15 December 1735.

Den 20 December 1735 de eerste

Den 7 Januarij 1736 de twede

Den 21 dito de derde proclamatie omgekomen.

Volgende eigenaar of terug naar alle eigenaren