Mijn geboortehuis in Kollum

Reinu Symens (tot 1667)

In maart 1668 verkoopt Reinu Symens, “tegenwoordich echte huysvrouwe van Douwe Entes” aan Dirck Jansen en Grietie Jans “seeckere huysinge met alle ’t gene daer in, om ende aen aert-, bandt-, spijcker- ende naegelvast is ende daeraen behoort, sampt bomen ende plantagie”, gelegen te Kollum met als naastlegers de Jellemasteeg ten oosten, Egbertus Dominici ten noorden en de “Arme voorstanders” ten zuiden. Hoe weten we dat dit het te onderzoeken perceel betreft?

Koper(s) Dirck Jansen en Grietie Jans
Verkoper(s) Reinu Sijmens
Huurder(s) Dirck Jansen
Omschrijving Huisinge sampt bomen ende plantagie
Plaats Collum
Naastleger ten oosten Jellemastraat
Naastleger ten zuiden Arme voorstanders
Naastleger ten westen Arme voorstanders
Naastleger ten noorden Egbertus Dominici
Grondpacht 25 st. aan de erfgenamen van Sioerdt Wybes
Verkoopbedrag 100 goudguldens en twee zilveren ducatons
Datum akte 26 dec 1667
Proclamatiedata 3e proclamatie op 10 mrt 1668
Overdrachtsdatum ---

Koopakte (inv. nr. 110, akte nr. 136)

Koopakte 1668

Dirck Jansen ende Grietie Jans, egtel(ieden) wonend tot Buitenpost, doen proclameren ende te bode stellen seeckere huysinge met alle ’t gene daer in, om ende aen aert-, bandt-, spijcker- ende naegelvast is ende daeraen behoort, sampt bomen ende plantagie, met de utile dominium (=tijdelijk bezit of vruchtgebruik) van de plaetse daer de geseide huysinge op staet ende mede van de plaetse ten noorden van dien gelegen. Waeroff jaerlijx een car(oli)g(u)l(den)s ende met de plaetse ende huysinge vijff ende twintig st(uve)rs jaerlijxe grondtpagt, te betaelen aen de erfgenamen van Sioerdt Wybes. Voors(chrevene) huysinge staende ende gelegen binnen Collum voors(chreven) in Jellemastraet aen het west van dien, hebbende Egbertus Dominici ten noorden ende de Arme voorstandens ten zuyden ten naesten. Dat alsoo in coope becomen van Reinu Sijmens tegenwoordich echte huysvrouwe van Pouwel Entes wonende binnen Collum, met consent ende wille van deselve voor summa van een hondert zestig g(oud)g(u)l(den)s ende twe silvere ducatons te betalen op may 1668, een hondert daler, de daler 30 strs dochs, met twe silvere ducatons tot propijn, de resterende penningen op drie egale termijnen 1e may 1669 ende de 1e may 1670 ende 1671 telckens een geregte doerdepart vandien. Breder vermogens de coopbrieft in dato de 26e xbris 1667.

Huyden de derde proclamatie

Omgecomen den 10e martij 1668

Om de vraag in de eerste alinea te beantwoorden maken we een uitstapje naar de noordelijke naastleger. Dat is het pand op de hoek van de Voorstraat en de Jellemastraat, later Arnoldystraat genoemd. Het is een floreenplichtig pand, genummerd 25. Volgens de floreenkohieren is ene Marten Jansen cum uxore in 1698 eigenaar van dit perceel. De koop van dit pand is te vinden in inv.nr. 111, akte 168. Daaruit blijkt dat de lakenkoper Marten Jansen met echtgenote Grietje Heertien 9/10 deel van het pand koopt met als naastlegers de Arnoldystraat ten oosten, Dirck Jansen ten zuiden, Jan Lubbes ten westen en de “algemene straat” (de huidige Voorstraat) ten noorden. De koopakte is opgemaakt op 2 maart 1698 en de derde proclamatie heeft plaatsgevonden op 31 augustus 1698.

Verkopers zijn de lakenkoper Jan Clases voor 6/10, Claas Jansen voor 1/10, Jan Jansen voor 1/10 en Jancke Jansen tenslotte ook voor 1/10. De laatste drie zijn waarschijnlijk kinderen van Jan Clases. De resterende 1/10 is van Marten Jansen, vrijwel zeker ook een zoon van Jan Clases. Samengevat: Marten Jansen neemt de zaak van zijn vader, ook lakenkoper, over en koopt de anderen uit.

Gelukkig is ook de koop van Jan Clases te vinden, en wel in inv.nr. 110, akte 302. Daarin staat dat de echtelieden lakenkopers Jan Clases en Hylck Wiegers in 1676 “seeckere heerlijcke huisinge, hovinge, bomen ende plantagie cum annexis” kopen, “staende ende gelegen binnen Collum, op ’t west van die stenen piep, op ’t zuid van die straet”. Het huis was kort daarvoor bewoond door wijlen notaris Egbertus Dominici. De erfgenamen verkopen het perceel “hebbende de Jellemasteegh ten oosten, Dirck Jansens hovinge agter aen ’t hoff ten zuiden, de egtelieden copers selvts ten westen ende de gemene stene straet ten noorden”.

Uit het gegeven dat in 1668 notaris Egbertus Dominici als noordelijke buurman wordt genoemd, mag de conclusie worden getrokken dat het om het bedoelde perceel gaat. Dit wordt nog eens ondersteund door de melding dat de armenzorg ten zuiden ligt. Dit zal enkele eeuwen daarna nog het geval zijn.

Wie is Sioerdt Wybes, aan wiens erfgenamen 25 stuivers jaarlijkse grondpacht moet worden betaald? Aangenomen dat hij in Kollum woonde vinden we op www.allefriezen.nl de volgende treffers: in 1625, 1628, 1633, 1646, 1653 en 1656 als curator; in 1634 en 1652 als voormomber (= voogd). Volgens de koopakte is hij in (of voor) 1667 overleden. In 1704 moet de grondpacht worden betaald aan Sioerd Siercks, waarvan geen vermeldingen op de site zijn te vinden als inwoner van Kollumerland. Tussentijds is de grond blijkbaar verkocht of vererfd.

Volgende eigenaar of terug naar alle eigenaren