De eigenaren van mijn geboortehuis in Kollum

Tietje Broersma (1897-1899)

Tietje woont na het overlijden van haar broers en zus alleen in de boerderij. Op 16 mei 1898 vermaakt zij de boerderij bij testament aan tantezegger Goitske Broersma, dochter van haar broer Kornelus en Grietje Huizinga (1898 Kollum, notaris A.J.Andreae, inv. nr. 070074 repertoire nr. 89 d.d. 16 mei 1898, testament - Tietje Broersma te Kollum, weduwe van Jan Bottinga).

testament 1899

Voor mij Meester Arnoldus Johannes Andreae, notaris ter standplaats Kollum, is, in tegenwoordigheid der na te noemen twee getuigen verschenen:

Tietje Broersma weduwe Jan Bottinga; van boerenbedrijf, wonende te Kollum;

Die aan mij Notaris in tegenwoordigheid van na te noemen getuigen haren uitersten wil zakelijk heeft opgegeven, volgens welke opgave ik notaris dien wil terstond in duidelijke bewoordingen in geschrift heb doen brengen, als volgt:

“Ik herroep alle vroegere door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen.”

“Ik legaliseer, bij wege van vooruitmaking, aan mijne nicht Gooitske Broersma vrouw van Jelle Stegewans te Kollum, eene som van eenhonderd gulden, benevens mijn huis met schuur en erf, te Kollum, ten kadaster bekend Gemeente Kollum, Sectie D, nummer 1212, huis en erf, groot vier are zesenzestig centiare, onder den last, om te voldoen eene schuldvordering groot zeshonderd gulden, benevens de daarvoor verschuldigde renten, waarvoor bovenbedoeld pand hypothecair is verbonden, welke schuldvordering thans is ten mijnen laste en ten voordeele van Arjen Ruurds Draisma, te Kollum. Ik verlang, dat dit legaat moet worden uitgekeerd vrij van successierechten.

Verder stel en benoem ik tot erfgenamen van mijne nalatenschap mijne neven en nichten Tjeerd, Frans, Gooitske, Aukje, Jacob, Tjerk, Iebeltje en Rinze Broersma, kinderen van mijne overleden broeders Kornelis en Jan Broersma, en bij vooroverlijden van een of meer hunner, de wettige afstammelingen evenals bij wettelijke plaatsvervulling.”

Daarna heb ik notaris deze beschikking aan de testatrice voorgelezen en is na die voorlezing door mij aan hem afgevraagd of het voorgelezene haren uitersten wil bevatte, waarop door haar toestemmend is geantwoord, welke voorlezing, afvraging en beantwoording mede in tegenwoordigheid en ten aanhoore der getuigen heeft plaatsgehad.

Waarvan akte in minuut opgemaakt, is verleden, ten huize van de comparante te Kollum, den zestienden Mei achttienhonderdachtennegentig, in tegenwoordigheid van Drieuwes de Jongh en Pieter van Manen, notarisklerken, beiden wonende te Kollum, als getuigen, evenals de comparante, aan mij notaris bekend.

En is deze akte na voorlezing onmiddellijk onderteekend, door de comparante, door mij notaris en deze getuigen.

Waarom vermaakt Tietje de boerderij aan Goitske? De reden daarvoor staat in het artikel in het Dagblad van Noordoost Friesland, waarin staat vermeld dat zij in 1879 naar Kollum komt om de huishouding te verzorgen van oom Djurre Franzes Broersma en diens zuster Tietje”. Volgens het dienstbodenregister van Kollumerland 1890-1900 woont Gooitske inderdaad in de boerderij, in het huis met nummer B37 te Kollum.

Tietje Broersma verzuimt om bij het overlijden van Djurre Broersma de boerderij op haar naam te laten overschrijven, wat blijkt uit de latere akte van overschrijving aan Jelle Stegewans, de man van Gooitske Broersma.

Op 26 januari 1899 overlijdt Tietje, 59 jaar oud.

Volgende eigenaar of terug naar alle eigenaren