Grijpskerk en omstreken

volgens J. Tilbusscher K.J.zn. (1940)1

foto van Jacob Tilbusscher

Geachte Dames en Heeren,

Het is met bizonder veel genoegen. dat ik gehoor geef aan de vriendelijke uitnoodiging van het Bestuur van Uw Departement, U hedenavond iets te vertellen over Grijpskerk en Omgeving.

voorblad van boekje met lezing van TilbusscherMet bizonder veel genoegen - omdat deze uitnoodiging weer een van de vele blijken is, die getuigen, dat de belangstelling voor onze dorpshistorie, de zoogenaamde Heemkunde, in verband met de volkskunde of folklore, grooter wordt, steeds meer naar voren komt.

Dit toch is een gunstig verschijnsel. Lange jaren toch - van omstreeks 1870 af - heeft men de Dorpshistorie, de lokale geschiedenis, braak laten liggen... Totdat in 't begin dezer eeuw langzamerhand een verandering intrad.

We zullen niet stil staan bij de verschillende oorzaken van deze herleving, dit zou ons te ver voeren. We constateeren alleen het feit!

Dorpshistorie, lokale geschiedenis - het klinkt misschien eenigszins vreemd - is mijn liefste studie. Jaren lang heb ik al mijn vrijen tijd daaraan besteed. Oude aanteekeningen doorgesnuffeld, ettelijke vergeelde familiepapieren, familiebijbels en kerkboeken - waarin veelal familienotities voorkomen - doorzocht, oude kerkelijke archieven nagegaan, enz. enz.

Een mooie studie, maar: een studie, die veel tijd kost!

De uitnoodiging: hedenavond tot U te komen om iets te vertellen over Grijpskerk en omgeving is dus een teeken: de heemkunde en de folklore vinden meer en meer sympathie. Oude dorpshistories, oude familiegeschiedenissen, afstammingen, oude verhalen, oude gebruiken, enz.: ze doen tegenwoordig gelukkig opgeld! Niet alleen in onze provincie, neen in heel ons land, alsmede in vele andere landen!

't Zou dan ook zeer vreemd zijn, wanneer Grijpskerk, dat steeds met den tijd meegaat, hier ten achter bleef.

Grijpskerk -: de naam zegt alles...

Deze overbekende slagzin van Uw bloeiende Zuivelfabriek is bizonder gelukkig gekozen. Een eeresaluut voor hem, die dezen slagzin voor 't eerst de wereld inzond!

Telkens treft het ons weer, wanneer we die woorden lezen op de auto van onzen vriend Drewes te Groningen, de vertegenwoordiger van Uw Zuivelfabriek!

Grijpskerk -: de naam zegt alles...

Dit toch beteekent - 't is zoo duidelijk - het woord Grijpskerk alleen is waarborg, soliede waarborg voor uitstekende waar!

Terecht: Grijpskerk toch is door alle tijden heen bekend als het dorp der openhartige, rondborstige eerlijkheid, het dorp, waar men wars is van alles dat scheef is, het dorp der liberale jovialiteit! - Grijpskerk - de naam zegt alles...

Een gelukkig gekozen slagzin! -

Grijpskerk dan is met Zuidhorn een der mooiste dorpen van het Westerkwartier. De gemeente wordt - zooals we weten - door de Lauwers van de provincie Friesland gescheiden. De Lauwers is tevens de scheiding tusschen Groningen en Friesland. Deze beide gewesten werden vroeger - tegenwoordig soms ook nog wel - aangeduid als Friesland ten oosten en Friesland ten westen van de Lauwers.

Volgens oude historieschrijvers was de Lauwers in de oudheid een belangrijke rivier. Zoo vertelt Alting in z'n boekwerk, een "Historische Lofrede" van 't jaar 1710, -: "Van de Lauwers resteert meer de oude name, als een tegenwoordige Reviere. Hij - Alting bedoelt hiermee de Lauwers - hij, die eertijds groote schepen verre landwaarts in konde dragen, is bijkans toegeslijkt, maar het water van zijne reliquien (overblijfselen), van 't Groninger Diep, d.i. het Reitdiep, en eenige andere loopen te zamen door een algemeene Zeegat, dat ter eere ende gedachtenisse van de oude Lauwers, naer dese namen genoemd wordt: Lauwerszee."

Of de Lauwers nu werkelijk zoo'n groote rivier geweest is, als Alting meent, valt echter zeer te betwijfelen. Voor een flinke rivier toch moet een enorm voedingsgebied aanwezig zijn. En - nu is er niets, dat op een dergelijke, aanzienlijk voedingsgebied wijst. Mogelijk is het, dat alleen de monding een groote breedte bezat, - niet zoozeer als eigenlijke riviermond, maar meer als getijdenwater, als een geul, door afslag van het land in den loop der tijden verbreed, en die door den òploopenden vloedstroom en den àfloopenden ebstroom werd opengehouden.

De geschiedenis van het ontstaan der Lauwerszee is de historie van de uitbreiding van dit getijdenwater.

De Lauwerszee ontstond langzamerhand, waarbij verschillende watervloeden dapper een handje meehielpen. Waarschijnlijk was de boezem reeds omstreeks de 8e eeuw gedeeltelijk aanwezig.

Tijdens den grootsten omvang van de Lauwerszee waren de grenzen ongeveer als volgt: Engwierum - Dokkum - Rinsumageest - Akkerwoude - Westergeest - Oudwoude - Kollum - Buitenpost - Twijzel - Kootstermolen - Harkema Opeinde - Augustinusga - Surhuizum. Van Surhuizum liep de grensljn naar Sebaldeburen, om den zandrug heen, waar Zuid- en Noordhorn op gebouwd zijn, en verder met een sterke buiging om Oldehove naar het Reitdiep. -

Dit zijn ruw geschetst de grenzen. Een groote zeeboezem dus, waaraan nog herinnert de legende, die d'r van den kloeken toren van Oldehove verteld wordt. Deze toren dateert uit de 13e eeuw en werd - zoo vertelt namelijk de volksvertelling - gesticht door drie adellijke dames. De zaak zat zóó. Oldehove lag aan den kant van de Lauwerszee. Eens was het storm op zee! Op zoo'n inham kan het geweldig spoken! Een schip uit Schotland worstelde met wind en golven. Het bezweek! Drie adellijke Schotsche dames dreven op eenig wrakhout op de wilde, woeste, onstuimige golven... Heur haren fladderden in den wind, zeemeeuwen vlogen in dolle tuimelingen krijschend rondom ze... Devoot hieven de ongelukkige dames smeekend de handen ten hemel. Ze baden God: heur toch aan land te laten drijven... Op de plaats, waar ze veilig zouden landen, wilden ze uit dankbaarheid een fermen toren bouwen: een toren, steeds als met den vinger waarschuwend naar boven, naar den Albestuurder... En ziet, ze dreven voort, al maar voort, kwamen eindelijk terecht in een binnenzee: de Lauwerszee!...

Inmiddels bedaarde de storm. Ze kregen nieuwen moed. In de verte ontwaarden ze reeds een enkele torenspitsje... Land! riepen ze gelukkig uit! Heur smeekbede was door den Almachtige verhoord!... Ze dreven aan land, stapten met wankele schreden van 't wrakhout, vielen op de knieën, dankten God voor de wonderbare redding.

Heur belofte getrouw, bouwden ze te Oldehove - waar ze voet aan land zetten - den zwaren, stevigen toren...

In den oostgevel van den toren ziet men nog drie nissen: in deze nissen moeten vroeger de beelden der drie Schotsche dames hebben gestaan...

Deze overlevering illustreert de grootte van de vroegere Lauwerszee!

Die groote oorspronkelijke Lauwerszee bevatte oudtijds grootere en kleinere eilanden. Zoo wordt in oude kronieken melding gemaakt van een eiland bij Kollum gelegen, van het zoogenaamde Oech of Ooch onder Burum, van het eiland Ruigezand en enkele meer.

De oudste bedijkingen van de Lauwerszee waren verbindingen van de verschillende hoogten in de zee. Ze zijn echter niet met volkomen zekerheid meer aan te wijzen.

Afzonderlijke dijken werden er gelegd in de 13e eeuw: zoo bijvoorbeeld een van Kollum, over Burum, een andere van Grijpskerk langs Visvliet. In 't begin der 14e eeuw voltooide men den aanleg van een zeewering van Ter Luine - in Kollumerland - oostwaarts, in aansluiting met den Langewoldsterdijk. Deze zeewering had tengevolge, dat Pieterzijl en Kommerzijl als nederzettingen ontstonden. Verder ontstonden door den aanleg van deze zeewering langzamerhand de dorpen Kollum, Burum, Visvliet.

Door het leggen van deze dijken, waarbij monniken van Gerkesklooster bizonder veel hulp en steun verleenden, had een belangrijke landaanwinning plaats. Ruim 2500 H.A. vruchtbaar land werd daardoor den waterwolf ontrukt. Dit gebeurde waarschijnlijk omstreeks 1515.

Omstreeks 40 jaar eerder - In 1476 ongeveer - was een dijk gelegd, waardoor de Ruigewaarden aan de zee werden ontwoekerd en in dien dijk werd de Munnekezijl gelegd.

Dat de dijk om de Ruigewaarden omstreeks 1476 werd gelegd - in de richting naar het later gebouwde dorp Niezijl - wordt algemeen aangenomen, omdat er dat jaar een "dijkrecht van Ruigewaard" werd ontworpen. In dit dijkrecht werd: "de richtinge van den vrijen dijck" - zoo staat er - vastgesteld. Er werd o.a. ook bepaald: "Ten eersten zullen daer drie rechters wezen omme den dijck mede toe berechten, uijt elcke dardendeel één Rechter." Blijkbaar wordt hiermee bedoeld de verdeeling van de Waarden, d.i. werden of wierden, dus hoogten, in drie deelen: Ooster-, Middel-, en Westerwaard.

De naam Ruigewaard vindt men het eerst vermeld in een oorkonde van 1426. Ruig beteekent hier ruw, onbebouwd.

De eigenerfde boeren op de Waarden namen den naam Waard later als familienaam: de Waard. Een bekende geachte, beminde persoonlijkheid te Groningen is Dr. de Waard, zoon van den dokter te Grijpskerk.

Door den aanleg van den genoemden dijk werd de Langewoldster zeewering natuurlijk buiten directen dienst gesteld: hij werd een binnendijk of slaperdijk. Op dezen ouden binnendijk bevinden we ons nu, hier verrees het dorp Grijpskerk. Niet lang na die indijking van 1476 zal de kerk er door Nicolaas Grijp gesticht zijn. De nederzetting komt tenminste in 1504 - een goeie 25 jaar later dus - reeds voor onder den naam "Grijpskercke".

Het tegenwoordige Grijpskerk is dus een echt dijkdorp, hetgeen aan z'n aanleg dan ook nog wel valt waar te nemen.

Lees verder... of Ga terug naar de inleiding van Grijpskerk

1 De lezing werd gehouden door Jacob Tilbusscher K.J.zn (KlaasJanszoon), die o.a. schoolmeester in Lutjegast was. De drukker heeft de verkeerde voorletter op het omslag vermeld, namelijk die van een neef van de spreker. Ik werd hierop attent gemaakt door Anne Aalders uit Hoogeveen, schrijver van de biografie over Jacob Tilbusscher met de titel Dorpshistorie mijn liefste studie, die in 2006 verscheen bij Profiel in Bedum. Hij stuurde me naast een foto uit 1937 ook zijn levensverhaal.