Levensverhaal van Jacob Tilbusscher K.J.zn (1876-1958)

auteur: Anne Aalders, Hoogeveen

Jacob Tilbusscher werd op 21 september 1876 geboren in het Noord Groninger wierdedorpje Rottum. Hij was het jongste kind en de enige zoon van Klaas Jans Tilbusscher (1849-1912) en van Jantje van der Ploeg (1846-1938) die in Rottum een timmermansbedrijfje, een café en een kruidenierswinkeltje runden. Na zijn lagere schooltijd volgde Jacob lessen aan de Normaalschool in Warffum, waarna hij als afgestudeerd onderwijzer in 1897 benoemd werd te Lutjegast en in 1899 te Blijham. In 1904 verhuisde hij naar de Stad, waar hij tot aan zijn pensionering in 1935 werkte aan diverse scholen. Lange tijd aan de Parkwegschool, ook enkele jaren als hoofd der school. In 1923, bij de oprichting van een Derde Commissie tot Wering van Schoolverzuim in de Stad werd Tilbusscher secretaris van deze instelling. Hij verrichtte deze taak tot 1956.

Jacob Tilbusscher trouwde in 1904 met zijn jeugdvriendin uit Kantens: Afina Ebbina Bulthuis (1878-1964). Het echtpaar kreeg twee dochters: Jantje Everdina Afina (1905-1984) en Jeanne Jacoba (1907-1990). Jacob Tilbusscher overleed op 82-jarige leeftijd op 14 november 1958 te Groningen. Hij werd begraven te Kantens, evenals zijn echtgenote. De twee dochters Tilbusscher trouwden op latere leeftijd resp. met Evert van Dijk(1880-1948), docent Frans aan de R.H.B.S. te Appingedam en Kees Verwey(1900-1995), kunstschilder te Haarlem. Beide huwelijken bleven kinderloos.

Een man met een missie

Jacob Tilbusscher moeten we kwalificeren als een man met een missie, als een (volks-) opvoeder pur sang, die de passie voor zijn eigen gewest op anderen wilde overdragen. Een onderwijsman in hart en ziel. Hij was schoolmeester geworden via de gedegen Normaalschoolopleiding en bleef zijn leven lang onderwijzer op de lagere school. Ook buiten de school gaf hij ”les” middels krantenartikelen, boeken, voordrachten en radiocauserieën. Aanvankelijk diverse onderwerpen uit de aardrijkskunde, de geschiedenis of de kennis der natuur, later bijna uitsluitend bijdragen over de regionale, voornamelijk Groninger historie. Destijds treffend heemkunde genoemd of zoals Jacob Tilbusscher het bestempelde lessen in dorpshistorie. In alles proeven we Tilbusschers gehechtheid aan zijn geboortegrond, zijn liefde voor de noordelijke gewesten. Daarnaast verbazen we ons over zijn enorme kennis van de historie, van de volkskunde, van oude Ommelander geslachten, van hun borgen en van Noord Nederlandse volksgebruiken en regionale volksverhalen en anekdotes. Bijzondere aandacht verdient zijn interesse voor het Gronings. Deze Nedersaksische taal lag hem na aan het hart zelfs zo, dat hij een aantal niet onverdienstelijke verhalen in zijn moedertaal schreef. Vooral in de periode 1914 -1922.

In 1916 werd Jacob Tilbusscher hoofdredacteur van het eerste Groninger maandblad voor Volkstaal, Geschiedenis en Volksleven, dat uiteraard de naamGRONINGEN droeg. Een riskante onderneming, maar uitgever J.C. Mekel in Winsum durfde de sprong in het diepe aan en meende in Tilbusscher een bekwaam leider te hebben, samen met dominee Geert Wumkes (1869-1954). Het bleek al snel een goede keus te zijn geweest want het tijdschrift sloeg boven verwachting goed aan. Het tijdschrift werd gelezen door een selecte groep lezers, voor het merendeel ontwikkelde mensen die vanuit hun historische betrokkenheid een abonnement hadden genomen. Geen mensen dus bij wie de interesse voor de geschiedenis nog moest worden gewekt.

Vanaf 1921 bereikten zijn bijdragen een veel groter en breder publiek. In dat jaar startte het Nieuwsblad van het Noorden met haar bijblad Ter Verpoozing. Tilbusscher werd een vaste medewerker. Tot in de oorlog (1942) verschenen er meer dan 800 (!!) historische artikelen in Ter Verpoozing, met steeds de summiere ondertekening T. En altijd begeleid door een illustratie. Ook vele niet historisch onderlegde Nieuwsbladlezers kregen Tilbusschers artikelen onder ogen. Door de vaste plaats en de regelmaat van de publicaties kregen deze artikelen een grote groep trouwe lezers. Dit wekte bij duizenden Noordelingen een groeiende belangstelling voor eigen erfgoed. Decennia lang was Jacob Tilbusscher Groningens belangrijkste geschiedenisleraar.

Na de oorlog kreeg hij een rubriek bij de Regionale Omroep Noord, de R.O.N. Vanaf 1946 tot 1957 kluisterde hij vele Groningers tijdens de Grunneger Oetzenden aan de radio met zijn praatjes over het Groninger verleden en gaf hij antwoord op door luisteraars ingezonden vragen. Dit vaste onderdeel, Veur n vroag is n wait, kende vele sympathisanten. Het feit dat hij zijn praatjes in het Gronings hield, maakte hem geliefd bij de vele luisteraars die trots op hun taal en afkomst waren.

Een geliefd en gerespecteerd man

Allen die Jacob Tilbusscher persoonlijk hebben gekend, werden getroffen door zijn bedaardheid en de vriendelijke rust die hij uitstraalde. Een evenwichtig man, die weloverwogen en duidelijk sprak, met een talent om zijn mening helder te kunnen verwoorden en goed te laten overkomen. Hij kon bovendien goed luisteren. ‘Meester Tilbusscher’ was in de naoorlogse jaren bij alle Groningers bekend. Door zijn erudiete uitstraling dwong hij veel respect af en werd door al diegenen die hem als onderwijzer of op enig andere wijze hadden leren kennen, geacht en gerespecteerd.

Wegbereider en inspirator

Het eerste historische maandelijkse tijdschrift GRONINGEN met als hoofdredacteur Jacob Tilbusscher K.J.zn. heeft mede een aanzet gegeven tot bewustwording van de Groningers voor hun eigen cultuur- en erfgoed, Juist in de beginjaren van de 20ste eeuw, toen het tijdschrift het licht zag, groeide deze belangstelling uit tot wat werd genoemd de Groninger Beweging.

Jacob Tilbusscher mogen we tot een van de eerste Groningers rekenen die cultuur en historie dichter bij de gewone mensen heeft gebracht. Zijn wekelijkse afleveringen over de Groninger dorpshistorie in de jaren 1921–1942 in Ter Verpoozing hebben de kiem gelegd voor de belangstelling voor regionale en lokale geschiedenis van Groningen. Door de impact van het grote en regelmatige aanbod heeft hij ontegenzeggelijk vele lezers op het spoor van de eigen (dorps)- historie gezet. Vele provinciegenoten waren indertijd nauwelijks bekend met de geschiedenis van eigen streek of dorp. De artikelen in het Nieuwsblad van het Noorden betekenden voor hen de eerste schriftelijke informatie over dat bijzondere deel van het verleden. Voorheen waren er nauwelijks heemkundige verhalen op schrift gezet, uitgezonderd dan artikelen in almanakken en jaarboeken. Maar deze verschenen één keer per jaar en werden veelal alleen door de beter gesitueerden gelezen.

Tilbusscher heeft de Groningers de ogen geopend voor eigen cultuur en geschiedenis. Hij werd hun voortrekker en kompasvoerder in een onbekend historisch gebied, dat hoe verrassend, vlak om de hoek lag. De artikelen werden veelvuldig uitgeknipt, trouw bewaard en / of doorgegeven aan familie en buren. Ouders gaven de aangereikte kennis door aan kinderen en kleinkinderen.

Velen hebben uit zijn werk geput, bekende Groningers als K. ter Laan, Jan Boer en A. Pathuis, maar ook andere provinciegenoten. Schrijvers van streekverhalen en auteurs van boeken over dorpsgeschiedenis vonden in Tilbusscher een dankbare medewerker. Jammer genoeg wordt hij vaak niet met naam en toenaam genoemd, vooral omdat velen - zeker in latere tijd - niet wisten dat Tilbusscher hun bron was. De bescheiden man vermeldde onder zijn artikelen immers nooit meer dan de initiaal T.

Al tijdens het leven van Jacob Tilbusscher gingen er stemmen op om deze Groninger cultuurbrenger te belonen voor zijn inzet en zijn werk. Zoals in 1924, toen de alom gerespecteerde Kornelis ter Laan zijn provinciegenoten opriep een verzamelbundel te maken van het ‘fiene en mooie wark’ van Tilbusscher. Ter Laan uitte deze gedachtewens nog eens in 1958 bij het overlijden van Jacob Tilbusscher, waarbij hij opnieuw zijn waardering en respect uitsprak voor de persoon en zijn waardevol werk. Hij schreef: ”Zijn werk was het beste dat ooit in de krant verschenen is. Als het Groninger volk dat naar waarde op prijs stelde, moest het als boek worden uitgegeven.”

Nachleben

De enige eer die Tilbusscher kreeg toebedeeld was in mei 1967 toen de gemeente Kantens zijn naam verbond aan de straat waar ooit zijn geboortehuis stond. Rottum kent sindsdien de Jacob Tilbusscherweg.

Van de hand van Jacob Tilbusscher K.J.zn. verschenen slechts vier publicaties:

In de Groninger Archieven bevinden zich de meer dan 800 krantenartikelen van Jacob Tilbusscher, geschreven in het Nieuwsblad van het Noorden hoofdzakelijk in de zaterdagse bijlage Ter Verpoozing.(Niet gecatalogiseerd of gerubriceerd.)

Dorpshistorie, mijn liefste studie. Biografie van Jacob Tilbusscher K.J.zn 1876-1985. (Profiel, Bedum 2006.) De biografie over Jacob Tilbusscher geschreven door Anne Aalders, eveneens een geboren Rottumer. Met o.a. het totaaloverzicht van alle krantenartikelen die zich in de GA. bevinden.

De belangstelling voor het eigen erfgoed is groter dan ooit. Elk zichzelf respecterende gemeente, dorp, school, bedrijf of vereniging bezit een eigen geschiedenisboek en de noordelijke provincies zijn overdekt met een netwerk van historische verenigingen. Met dank aan Jacob Tilbusscher, die door zijn wegbereidende en inspirerend werk aan de oorsprong heeft gestaan van deze boeiende en ongedachte ontwikkeling.

Anne Aalders Hoogeveen, juli 2009.