Iman Willem Falck

gouverneur van Ceylon (1765-1785)

Iman Willem Falck is geboren te Colombo op 25 maart 1736, opperkoopman VOC 1761, tweede secretaris van de Raad van Indië 1763, gouverneur van Ceylon 1765-1785, raad extraordinair van Indië 1766, raad van Indië 1775, overleden te Colombo op 6 februari 1785 en begraven aldaar op 10 februari 1785, zoon van Frans Willem en Adriana Gobius. Hij trouwt te Batavia op 27 februari 1763 met Theodora Rudolpha de Wendt, geboren te Batavia op 17 December 1748, overleden te Colombo (Ceylon) op 30 januari 1808. Het huwelijk bleef kinderloos. Theodora hertrouwt te Galle (Ceylon) op 26 oktober 1785 met Elias Paravicini di Capelli, geboren te Breda op 29 juni 1733, majoor-ingenieur en chef van de artillerie te Colombo, overleden vóór 1808, zoon van Johan Caspar en Isabella Maria van Woensel en weduwnaar van Johanna van der Pool. Ook dit huwelijk bleef kinderloos.

detail FalckDr. Frits van Dulm heeft zijn gedegen en zeer leesbaar proefschrift in een prachtige handelseditie uitgebracht, dat is verschenen bij Uitgeverij Verloren te Hilversum. Het boek met de titel 'Zonder eigen gewinne en glorie' is gebonden met hard kaft, telt 450 pagina's, geïllustreerd met 5 kaarten en 15 zwart-wit afbeeldingen en kost € 40. De heer Van Dulm gaf toestemming tot het op deze site publiceren van de samenvatting.

In het Biographisch Woordenboek der Nederlanden van Van der Aa staat een levensbeschrijving:

FALCK (Iman Willem), afkomstig uit een aanzienlijk geslacht dat deszelfs oorsprong in Oost-Friesland nam, was de zoon van Frans Willem Falck, doctor in de regten, koopman en fiscaal op Ceylon, en gezant aan het Candiasche hof, later dessave en gebieder van Mantua, en van Adriana Gobius, werd op Ceylon geboren den 23sten Maart of 23sten Augustus 1736. Door zijne ouders naar het vaderland gezonden, heeft hij te Utrecht in de regtsgeleerdheid gestudeerd, en zijn verblijf gehad bij zijne grootmoeder Constantia Margaretha Meinertzhagen, die met zijn grootvader, Otto Willem Falck, gehuwd was. Na tot Meester in de beide regten met veel lof in 1756 te zijn bevorderd, vertrok hij in dat zelfde jaar als onderkoopman naar Batavia, en werd na zijne aankomst aldaar tot secretaris van den Gouverneur-Generaal Mossel, en in 1759 tot die van de Indische regering aangesteld. In 1765 tot Gouverneur en Directeur van Ceylon verkozen, voerde hij roemruchtig den langdurigen en hevigen oorlog tegen de Inlanders, tot dat hij in 1767 met den Keizer van Candia eenen eerlijken en voordeeligen vrede voor zijne meesters sluiten kon. Hij deed in datzelfde jaar eenen togt naar het Noorden des eilands, vooral om Trinconomale te bezoeken, bezigtigde naauwkeurig deze belangrijke stelling, en besloot aldaar vestingwerken aan te leggen. Hij werd in 1767 tot buitengewoon, en in 1776 tot gewoon Raad van Neêrlandsch Indië verkozen. Men droeg hem in 1781 de waardigheid van eerste Raad en Directeur-Generaal op, maar Falck bedankte voor dezen zwaarwigtigen post. Hij was in 1782 nog Gouverneur op Ceylon, en stierf te Colombo den 6den Februarij 1785 aan eene uitteerende ziekte. Zijn bestuur op Ceylon was een groote zegen voor de Indische Hervormde Kerk. Hij was in 1764 op Batavia getrouwd met Theodora Rudolphina de Wendt, uit welk huwelijk geene kinderen geboren zijn. Zijne weduwe hertrouwde met den Kolonel der artillerie Paravicini.

Onderstaande afbeelding is pas vele jaren na zijn overlijden, in ongeveer 1908, in opdracht van Dr. Hendrik Muller door leerlingen van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten (o.l.v. prof. Der Kinderen) vervaardigd voor het gebouw van het gouvernement te Colombo. Het zou gouverneur Falck in 1772 voorstellen en het is niet denkbeeldig dat dit portret is vervaardigd op basis van een aquarel van Reymier uit datzelfde jaar:

  Iman Falck

Bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

Uit: Koopman en Diplomaat van L.P. van Putten, A.W.A. van den Eelaart en R.H.J. Egeter van Kuyk, ISBN 90 6734 471 0, uitgeverij Ger Guijs, Rotterdam

Iman Willem Falck werd op 25 maart 1736 geboren in Colombo. Zijn vader, Frans Willem Falck uit Keulen, was fiscaal van Colombo en dissava1 van Matara. Adriana Gobius, zijn moeder, was afkomstig van Semarang. Iman Willem Falck vertrok naar Nederland om rechten te gaan studeren aan de universiteit van Utrecht2. In 1757 kwam hij aan boord van de 'Amelisweerd' naar Indië. Op 6 juni 1765 werd hij benoemd tot gouverneur van Ceylon, het ambt dat hij maar liefst twintig jaar lang zou uitoefenen. Falck werd in 1766, een jaar na zijn benoeming in Ceylon, raad extra ordinair van Indië.

Falck had geleerd van de fouten van zijn voorgangers en bond de strijd met Kandy deze keer aan met korte snelle aanvallen, onder andere op de Kandyse voedselvoorraad. Kandy kwam in grote moeilijkheden en de koning wilde nu tot elke prijs onderhandelen. Vijf gezanten werden naar Colombo afgevaardigd en na moeizame onderhandelingen werd op 14 februari 1766 een verdrag ondertekend.

Het leverde een wettelijke erkenning van de Nederlandse soevereiniteit in het laagland op. Het was een grote overwinning die Falck een premie van 100.000 gulden opleverde. De rechten op het kustland bleven wel betwist en vereisten voortdurende waakzaamheid. De toename van de Engelse belangen in India zorgden ervoor dat steeds meer Engelse schepen in de wateren rond Ceylon verschenen. Het leidde op de kusten van India tot gewelddadigheden. Ceylon bleef echter (nog) buiten schot.

Iman Willem Falck overleed in Colombo en werd op 10 februari 1785 begraven. Ook zijn lichaam werd in 1813 overgebracht naar de Wolvendaalkerk waar een wapenbord, monument en grafsteen aan hem herinneren.

Kort na zijn aantreden als gouverneur sloot Falck op 14 februari 1766 na ongeveer een kwart eeuw aan vijandelijkheden in Colombo vrede met de koning van Kandy, Kirthisri Rajasingha. Het gehele kustgebied en alle kaneeldistricten bleven in handen van de VOC , terwijl Kandy niet meer mocht samenspannen met andere mogendheden. Als compensatie werd de koning een aandeel in de winst op de handel in olifanten toegezegd. De koning stuurde een gezantschap naar Batavia om gunstiger vredesvoorwaarden te bedingen, maar daar was Van der Parra, neef van Iman Falck, gouverneur-generaal. De bepalingen van het vredesverdrag werden -dus- niet verzacht.

In het Rijksmuseum bevindt zich een aquarel van Carel Frederik Reymer uit de 18e eeuw van een officiële ontmoeting in 1772 tussen Iman Falck en een gezantschap uit Kandy. Plaats van handeling is de ontvangstzaal van het gouvernementshuis in Colombo. Dr. R.L. Brohier geeft in zijn boek Changing Face of Colombo een beschrijving van de ontvangst:

"The Hall is lavishly decorated with rich carpets, lamps and candelabras, paintings large and small, mirrors with gilded frames giving us a glimpse of the style in which the Dutch Governors in Ceylon lived. Falk the Governor and head of the Council is seated on a heavily wrought wooden chair of a special shape. The three Envoys from Kandy -Maha Mohottiyar Dodanvala Ralahamy and Muhandirams Iniyagama Ralahamy and Mideniya Ralahamy are shown bare legged with straight combs in their hair. The silver spitoons, one beside the Dutch Governor and the others on the table indicate that the custom of chewing betel was widely accepted by the Dutch in Ceylon. In some cases the Europeans also partook in this activity and found it pleasant and enjoyable. It is quite evident from this painting of the Reception Hall of the Dutch Governor's Residence that hardly any vestiges of the Dutch Colonial style of architecture or decoration survived after the British converted the House to a church".

onderhandelingen Falck met de koning van Kandy

Falck staat bekend als een ijverig en integer bestuurder, maar juist hij maakte de neergang van de VOC mee. In 1780 brak de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog uit, die tot 1784 zou duren. Op 5 januari 1782 had dit gevolgen voor Ceylon, want toen landde de Engelse vlootvoogd Sir Edward Hughes bij Trincomalee, aan de oostkust van Ceylon. Dank zij bondgenoot Frankrijk werd kort daarop de bezetter weer verdreven, maar dit alles was uiteindelijk uitstel van executie. Op 19 juni 1783 nam Falck ontslag als gouverneur. Zijn opvolger was Willem Jacob van de Graaff, maar die nam het gouverneurschap pas feitelijk over na de dood van Falck in februari 1785.

Op pagina 129 van de Wapenheraut uit 1897 wordt een beschrijving gegeven van de lijkstatie:

LIJKSTATIE gehouden den 10 Februarij 1785, ter gelegenheid van de plegtige Begravenis van den Wel-Edelen Gestrengen Groot Achtb. Heer Mr. Iman Willem Falck, Raad Ordinair van Nederlands Indiën, mitsgaders Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceylon met deszelfs Onderhoorigheden.

  1. Twaalf Rantjes Lascoryns3, ieder van 24 Mannen, gecommandeerd door hunne officieren.
  2. Vier stukken Kanon met hun toebehoorden.
  3. De Compagnies Pennisten met hunne Officieren.
  4. Vier stukken Kanon.
  5. Het Corps Artilleristen, gecommandeerd door den Heer Major Elias Paravicini di Capelli.
  6. 4 stukken Kanon.
  7. Het Hollands Bataillon, gecommandeerd door het Hoofd der Militie den Heer Colonel Johan Jacob Cocquart.
  8. 4 stukken Kanon van het Regiment Luxemburg.
  9. Het Fransche Regiment Luxemburg, gecommandeerd door den Heer Lt. Colonel de Bas, Ridder van de Koninklijke Militaire Orde van St. Louis.
  10. De Compies (sic) Burgers met hunne Officieren.
  11. Het Rouw-Paard geleid door twee Palfreniers.
  12. Het Wapen gedraagen door den Heer Kapt. Lieut. van de Genie Adriaan Sebastian van de Graaff.
  13. De Helm gedraagen door den Equipagiemeester (sic) Olke van Andringa, op een zwart Fluweel Kussen met Zilveren Passementen en Kwasten.
  14. De Staf van Commando, gedraagen door het Hoofd der Mahabadden de Heer Diederich Thomas Fretz.
  15. Het Paard van Bataille, geleid door den eersten Lieut. der Pennisten en Onder-Koopman de Heer Mr. Joannes Adriaan Vollenhove.
  16. De Wapen Rok, gedraagen door den Onderkoopman den Heer Daniel Ditloff, Grave van Ran(t)zouw.
  17. De Gantelets of IJzere Handschoenen, gedraagen door den Onder-Koopman den Heer D. Estendeau op een zwart Fluweele Kussen met Zilvere Passementen en Kwatsten (sic).
  18. De Zilvere Spooren, insgelijks gedraagen door den Onderkoopman de Heer Rudolph Samuel Tafel (Tavel).
  19. De bloote Degen, gedraagen door den Kapt. Lieut. Jean François Pierre E. du Hul.
  20. De Rouw Degen, gedraagen door den eersten Lieut. der Artillery de Heer Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler.
  21. Het Parade Paard geleid door den Heer Kapitein en Opper-Stalmeester Adriaan Cornelis Lever.
  22. Vier Ordonantiën (sic).
  23. De Clerq.
  24. De Hofmeester.
  25. De Koks.
  26. De Koetziers.
  27. De Tuinier, en andere zoo huis- als lijfsbedienden.
  28. 12 Aansprekers vier aan vier.
  29. Het Lyk, gedraagen door Onder-Kooplieden, en andere Gequalificeerde Persoonen, zijnde de vier Slippen, van t Zwart Fluweel met Zilvere Passementen omboord, het Baar-Kleed, met vier Zilvere Kwasten, aan de Hoeken gehouden door de Heeren Kapteins Emanuel van Berdky, François Baron de Mackenna, Chevalier de Roquee en Wijlier. En
  30. De Naastbestaande een voor een, alsmede de WelEdel Geboore Heeren Cornelis de Kok, Cornelis Dionisius Craienhof (Kraijenhoff), Paul Engelbert van Halm en Martinus Meckern (Mekern), verder alle Hooge en Laage Gequalificeerden.

(Maandel. Nederl. Mercurius 59 Dl., 1785, bl. 126)

Op de vijfde positie in de stoet loopt de commandant van het korps artilleristen, majoor Elias Paravicini di Capelli. Ruim een half jaar later zal de weduwe van Falck met hem in het huwelijk treden.

Later werden de stoffelijke resten van Falck overgebracht naar de Wolvendaalkerk. In het boek Koopman en Diplomaat staat hierover op pagina 11:

Colombo, 4 september 1813

Plechtig klinkt het luiden van de kerkklokken als om zes uur in de avond een bijzondere stoet zich in beweging zet. Vanuit het oude kasteel van Colombo klinkt stemmige militaire marsmuziek. Voorafgegaan door een regiment Engelse cavaleristen verschijnt uit de kasteelpoort een lange rij van Engelse en Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders. Met veel ceremonieel brengen zij 27 lijkkisten vanuit het kasteel naar de op een heuvel gelegen Wolvendaalkerk. In de lijkkisten bevinden zich de stoffelijke resten van mannen, onder wie vijf gouverneurs, die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van het eiland.

In 1796 had de VOC het bestuur over Ceylon aan de Engelsen overgedragen. De nieuwe Engelse gouverneur zag hoezeer de oude Hollandse begraafplaats binnen de muren van het kasteel was verwaarloosd. Samen met de in Ceylon achtergebleven 'Dutch Burghers' werd besloten om deze eminente persoonlijkheden een waardige rustplaats te geven in de Wolvendaalkerk.

kasteel van Colombo

Detail van een afbeelding van het kasteel van Colombo
Bron: Atlas of Mutual Heritage

Het is een bijzonder moment wanneer de voormalige machthebbers door de nieuwe heersers worden overgebracht naar een nieuwe laatste rustplaats vanuit het kasteel, het symbool van de verdwenen Nederlandse macht.

Tot op de dag van vandaag zijn de grafmonumenten, die ook werden overgebracht, in en rondom de nog altijd bestaande Wolvendaalkerk te bezichtigen. Deze gebeurtenis is een van de bijzondere momenten in de geschiedenis van Ceylon. Voor velen een van de onbekende momenten in de Nederlandse koloniale geschiedenis.

graf van Falck in de Wolvendaalkerk te Colombo

graf van Falck in de Wolvendaalkerk te Colombo

In de Wolvendaalkerk (zie foto hieronder) hangt een grafmonument met de volgende tekst: Ter gedachtenisse van den Weledelen Groot Actbaaren Heer Iman Willem Falck in 't leeven Raad Ord: van Nederlands Indiën Gouverneur en Directeur van t Eiland Ceylon en Resorte van dien geb: te Kolombo den 25 Mart Ao. 1736 overleden te Kolombo den 6 Febrs Ao. 1785.

detail grafmonument Falck

grafmonument Falck Wolvendaalkerk te Colombo

familiewapen Falck

Het wapen van Falck wordt in de Wapenheraut 1897 als volgt omschreven:

"In rood een gouden valk met geopende en nederwaartsche vlucht, de bek geopend en met uitgestoken tong. Gekroonde helm met goud-rooden dekkleeden. Helmteeken: de valk gelijk in het schild". Bijgaande afbeelding is ontleend aan eerdergenoemd boek Koopman en diplomaat.

1 De in Colombo zetelende gouverneur was de hoogste gezagsdrager in Ceylon. Hij werd bijgestaan door een raad van hoge ambtenaren, de Politieke Raad. Lid van de Politieke Raad waren de secunde of hoofdadministrateur, de dessave van Colombo, de hoofdpakhuismeester, de fiscaal (belast met de juridische zaken), de boekhouder, de secretaris, het hoofd van het soldijkantoor en de legercommandant. De commandeurs van Jaffna en Galle, waar de districtbesturen waren gevestigd, waren eveneens lid van de Raad en woonden de vergaderingen bij, wanneer ze in Colombo waren. Ceylon was verdeeld in drie administratieve districten: Colombo, Galle, and Jaffna. Colombo werd bestuurd door de gouverneur, Galle en Jaffna door commandeurs. De drie gebieden waren op de traditionele manier onderverdeeld in dessavany's (provincies) en korales. Elke dessavani werd bestuurd door een dessave, altijd een Nederlandse ambtenaar.

2 Mr. I.W. Falck studeerde in 1756 te Utrecht onder het rectoraat van Albertus Vogel (Album Stud. Rh. Tr. bl. 154). "Een zeer kundig, schrander en waardig Man, die tot Doctor in de beide rechten gepromoveerd was, deze kwam te Batavia, alwaar hij eerst particulier Secretaris werd van zijn Neef, de Heer van der Parra, vervolgens tweede Secretaris bij de Hooge Regeering en eindelijk in 't jaar 1765 Gouverneur van Ceylon. Hier voert hij thans eene gelukkige en roemwaardige Administratie". Bron: Wapenheraut 1897, pagina 130.

3 Lascorijnen zijn Singalese soldaten in dienst van de VOC.