molen "De Leeuw/De Kievit" in Grijpskerk

hoe zat het nu met de verkoop naar Echt?

Navraag bij Limburgse molendeskundigen en de stichting molendocumentatie had als resultaat dat bij de verplaatsing van de oude molen naar Echt vraagtekens moeten worden geplaatst. In Echt stond wel de molen "Nooitgedacht" die in 1905 is opgebouwd uit de molen "De Koot", afkomstig uit Hillegersberg bij Rotterdam. Deze molen brandde inderdaad af, en wel op 17 oktober 1934.

In maart 2008 kwam bij de opruiming van het voormalige gemeentemuseum van Echt een brief uit 1971 van de heer J.S. Bakker tevoorschijn, waarin hij deze problematiek bespreekt en de volgende mogelijkheden opsomt:

  1. De molen is nooit in Echt herbouwd, omdat molens vaak al voor de herbouw werden doorverkocht en in een andere plaats opgebouwd.
  2. De molen is een voorloper van de "Nooitgedacht", die slechts een zeer kort leven heeft gehad, namelijk van 1899 tot 1905 toen de molen uit Hillegersberg werd gekocht.
  3. De overlevering van de herbouwplaats van de Grijpskerker molen klopt niet.
  4. De molen is een andere molen van Echt. Als enige mogelijkheid ziet de heer Bakker de molen op het Hoogveld.

Naderhand verstrekte de heer Bakker, eindredacteur van het vakblad Molenwereld, nog onderstaande aanvullende informatie.

De Molenaar 1899

In het vakblad "De Molenaar" van 2 augustus 1899 biedt R. Kruisinga in een advertentie het achtkant, as en roeden van een molen te koop aan. (N.B. Het binnenwerk wordt niet vermeld; blijkbaar is dat verwerkt in de toen gebouwde en nu nog bestaande molen van Grijpskerk). In hetzelfde blad vond ik dat op 1 december 1898 de molen van de weduwe Meeuwisse in Echt-Schilberg is afgebrand. Een conclusie laat zich raden: De koper uit Echt van de molen in Grijpskerk heeft met de molen uit Grijpskerk de in 1898 afgebrande molen willen herbouwen. Waarschijnlijk is dat om de een of andere reden niet doorgegaan, want in "De molens van Limburg" (het standaardwerk over de bestaande en verdwenen molens van Limburg van P.W.E.A. van Bussel) wordt vermeld dat de molen bij het gehucht Schilberg niet is herbouwd; het laatste deel van de romp werd in 1925 afgebroken.

De naam van de koper (Vergoossen) kan niet kloppen. Nu komt de naam Goossens wel vrij vaak voor onder Limburgse molenaars, de naam Vergoossen noemt Van Bussel in het geheel niet. Of er een relatie is tussen de familie Meeuwisse, die de molen van Echt-Schilberg vanaf de bouw in 1824 tot aan de brand in 1898 in bezit had, en de door u genoemde (Ver)goossens is mij niets bekend. Dat hoeft ook niet. Mogelijk weten nazaten van Goossens en of Meeuwisse meer van het mislukte herbouwplan, ten minste als mijn veronderstelling juist is. In het allermooiste geval kunnen zij ook vertellen wat er met de onderdelen van de molen uit Grijpskerk is gebeurd.