molen "De Leeuw/De Kievit" in Grijpskerk

de molenmakers Noordewier

molenaar Noordewier

Bron: Groninger Molenboek door B. van der Veen Czn, Wolters Noordhoff/Bouma's Boekhuis bv, Groningen 1981

De huidige molen "De Kievit" is gebouwd door Menne Alderts Noordewier (1861-1931). Hij maakt deel uit van een geslacht molenmakers dat uitvoerig in bovengenoemde bron wordt beschreven.

"Als stamvader van dit geslacht mogen wij aannemen Jacob Jans, na 1811 Noordewier, geboren in Niekerk (Wk.) op 21 september 1772, die op 22 november 1795 te Baflo huwde met Maria Cornellis, na 1811 Mulder. Zij hadden een zoon Menne Jacobs Noordewier, molenmaker te Niezijl. Hij was geboren in Baflo op 13 juni 1796 en overleden in Niezijl op 25 januari 1847. Hij was gehuwd met Trijntje Jan Noorda, die geboren was in 1797. Het echtpaar Noordewier-Noorda had twee zoons, die beiden ook molenmaker werden:

  1. Jacob Mennes, geboren in Niezijl op 2 december 1832 en gehuwd met Jantje Doornbos, werd molenmaker te Kantens. Hij bouwde met Christiaan Bremer van Middelstum in 1892 de windwatermolen op de Lauwerpolder, „Zeemeeuw" genaamd.
  2. Aldert Mennes, geboren in Niezijl op 23 maart 1837 en gehuwd met Aaltje de Jong, volgde zijn vader op in het molenwerk aldaar.

Het echtpaar onder 1 had een zoon Menne Jacobs Noordewier, geboren op 21 oktober 1858 in Middelstum en overleden in Oegstgeest in 1920. Hij was na 1882 molenmaker in Eenrum. Sinds 1913 woonde hij met zijn tweede vrouw in Den Haag. Eerder was hij gehuwd met Anje Obbes Krol. Menne Jacobs bouwde in 1899 de windwatermolen „Oom Paul". Deze werd afgebroken in 1940. In 1900 herbouwde hij de zaagmolen van Koops te Onderdendam, nadat de voorgaande molen was afgebrand. In 1931 werd deze molen, oorspronkelijk afkomstig van Tjamsweer, gesloopt. Ook herbouwde hij in 1904 na brand de Krimstermolen, ook „Phoenix" genaamd. In 1905 werd door hem afgebroken de oliemolen van Ritsema te Appingedam; deze molen ging naar de Moerdijk. De achteruitgang van de molenbouw gaf zijn terugslag ook in de familie Noordewier en men verhuisde in 1908 naar Haarlem. Een van de drie zoons, Obbe Noordewier, geboren in Eenrum op 23 juni 1890, koos het voorvaderlijk beroep. Wij vinden hem als molenmakersknecht te Aalten, later in Zierikzee. Maar hij zag blijkbaar geen toekomst in het vak; hij werd tenslotte douanier te Koewacht in Zeeuws-Vlaanderen. Een broer van Menne Jacobs van Eenrum was Johannes Noordewier, geboren te Middelstum op 24 mei 1861, die wij later te Amsterdam zien als hoofd ener school. Een andere broer, Jacobus Noordewier, geboren op 7 juni 1864 in Kantens, werd molenmaker aldaar. Hij verhuisde later naar Uithuizen en overleed in Leens op 3 maart 1946, waar hij sinds 1937 woonde. Hij was onder meer betrokken bij de herbouw in 1900 van de zaagmolen van Koops te Onderdendam.

Wij komen nu terug bij het echtpaar Noordewier-De Jong, genoemd onder 2. Dit echtpaar had een zoon Menne: Menne Alderts Noordewier, geboren in Niezijl op 28 mei 1861 en daar overleden op 8 september 1931. Hij was gehuwd met Antje Beerda en hertrouwde na haar overlijden met Geiske de Boer.

Hij was bouwer van een tweetal verplaatste molens: in 1890 in Noordhorn, afkomstig van Grijpskerk, en in 1899 in Grijpskerk, afkomstig van Niezijl. Op de plek van de in 1901 afgebrande korenmolen van Visvliet herbouwde hij in 1902 de molen „De Windhond" van Hoogezand.

In 1904 was hij -samen met zijn neef Menne Jacobs - betrokken bij de geheel nieuw gebouwde grote windwatermolen op de polder „Vereniging" onder Pieterzijl, gemeente Grijpskerk. In 1902 heeft Menne Alderts Noordewier zelfzwichting aangebracht aan de korenmolen (van 38 meter hoogte!) te Princenhage, na de molen eerst nog een drietal meters te hebben verhoogd. Daarop volgde de molen van Dikmans te Prinsenbeek. Menne Noordewier werkte ook nog in Zierikzee, waarbij hij de hulp had van de zoon van zijn neef Menne Noordewier uit Eenrum, de hiervoren reeds genoemde Obbe Noordewier. Zij voorzagen ook de molen van Coomans te Middenschouwen, gemeente Elkerzee, van zelfzwichting".

Hieronder volgt nog een kleine aanvulling op bovengenoemde gegevens.

Antje Beerda werd op 12 oktober 1865 geboren als dochter van Gosse Beerda en Jeenke van der Wiel. Zij trouwde op 27 september 1888 in Grijpskerk met molenmaker (toen al) Menne. Zij kregen de kinderen Aaltje (1890-1971), Jeenke (1891-1985), Eelkje (1893-1894) en Gosse (1895-1966). Kort na de geboorte overlijdt moeder Antje Beerda op 11 maart 1895, slechts 29 jaar oud.

Menne hertrouwt op 12 februari 1896 te Grijpskerk met Geiske de Boer; de bruid is op 16 maart 1865 in Arum (Frl.) geboren als dochter van Ane Gerrits de Boer en Sjoukje Eeltjes Holkeboer. Ook Geiske wordt niet oud: ze overlijdt op 31 mei 1911 op 46-jarige leeftijd te Niezijl. Dit huwelijk blijft kinderloos.