"De Roskam" in Kollum

"De Roskam" in andere beschrijvingen

In zijn Oudheidkundige plaatsbeschrijving van de gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland wijdt Andreae op de pagina's 49 en 50 enkele zinnen aan de herbergen in Kollum:

Als een laatste gevolg van de levendigheid door den handel en welvaart in dit dorp te weeg gebracht, wijzen wij op de gelegenheden, waar de vreemdeling GEHERBERGD kon worden.

In 1571 bestond er een herberg "allwaer het grise peert vuythanckt"ben in 1576 was zekere "Henryck"herbergier "in dye dree croenen". In 1579 komt voor: "het Sweert", in 1588: "het Grauwe Peert" en "de zwarte Aerndt"; de laatstgenoemde herberg lag tegenover het Kerkhof, terwijl het "Graue peert", het tweede huis was t.o. der Tollingastraat, waarin bij gebreke van een Rechthuis, op het laatst der 16de eeuw meermalen "de rechtcamer geholden"werd.

In de 17de en 18de eeuw trof men hier de navolgende herbergen aan. Omstreeks 1616 "de Hollandsche tuin" op den Oosterdiepswal en "'t vergulden Cruys" t.w. der voormalige pijp, t.z. der straat; "de Witte Zwanen" in 1618 en "de Blauwe Clock" in 1629; in 1634 lag nabij de Houtenbrug de herberg: "int Veerschip van Collum". "De drie Prince daelders", die in 1658 voorkomt, stond, waar zich nu het wagenhuis van het logement "de Roskam" bevindt en lag bij de Vischmarkt. Op het westeind van het dorp, t.n. der straat, trof men omtrent dienzelfden tijd eene tapperij aan "waar de drie lieuwen" uithingen, die ook nog in de 18de eeuw bestond. "De Bonte Os" lag in 1660 aan de Voorstraat t.z. der vroegere pastorie en "het Rood hart" in 1716 t.w. der pijp, t.z. der straat, ongeveer tegenover de tegenwoordige pastorie.

Thans vindt men hier drie herbergen: "de Roskam"  aan de westzijde en "de Korenbeurs" aan de oostzijde der pijp, in welk laatste huis des Maandags de beurs wordt gehouden; de derde herberg staat aan de Koemarkt.

In een noot vermeldt hij: De Roskam neemt thans de standplaatsen in van twee vroegere huizen, waarvan het westersche de bovengenoemde drie Prince daelders was.

Daar waar in het bovenstaande wordt gesproken over de pijp in Kollum, wordt de brug in het midden van de Voorstraat bedoeld die het westen en het oosten van die straat scheidt, of juist verbindt. Overigens heeft Andreae met zijn vermelding dat er in 1885 nog drie herbergen waren, enkele etablissementen buiten beschouwing gelaten, getuige de volgende tekst in Handel en Ambachten in Kollum, samengesteld door Renze Bosgraaf, Teake Hogendorp en Frans Ozinga, 1978, uitgave van de Oudheidkamer Mr. Andreae te Kollum:

Aan het eind van de 19e eeuw bezat Kollum zo'n 16 kroegjes, café's, logementen, slaapsteden, herbergen of hoe men die etablissementen ook maar wil noemen. Maar vooral door het afnemende scheepvaartverkeer van en naar Kollum en de afnemende handel in Kollum is dat aantal danig geslonken. Rond 1925 waren er van die 16 uitspanningen nog maar 6 over: Vogelenzang, De Posthoorn, Oostenstein, De Lindeboom, De Roskam en de Koornbeurs. Van deze 6 zijn er nu nog 2 over, n.l. De Roskam en De Koornbeurs.

In hetzelfde boek staat ook nog een kleine anekdote:

Toen er op een avond in de oorlog soos was in "De Roskam", werd er een razzia gehouden en notaris Wassenbergh was een van de mensen waar men het op gemunt had. Daarom werd hij snel naar de zolder gebracht waar een stoel op twee smalle balkjes werd gezet, waar de notaris dan op moest gaan zitten. Toen de razzia voorbij was en men naar boven ging om de notaris te halen, was de stoel door het plafond gezakt. Riep de heer Wassenbergh: "Ik zit hier in een begnagde positie".