(Stoom-)zuivelfabriek Grijpskerk

de oprichting

Leeuwarder Courant van 5 maart 1888Toen aan het eind van de 19e eeuw zuivelfabrieken werden opgericht in Zuidbroek, Winschoten en Aduard, nam landbouwer Gaele Hoekstra het initiatief voor een bijeenkomst van belangstellenden om te komen tot een zuivelfabriek in Grijpskerk. Daarbij werd een commissievan onderzoek, waarvan Hoekstra en collega-landbouwer Jelte Siccama (eigenaar van de boerderij Grovestins) deel uitmaakten. In de Leeuwarder Courant van 5 maart 1888 wordt gewag gemaakt van een oriënteringsbijeenkomst. Op 21 maart werd de eerste vergadering gehouden.

Na enige discussie gaf de gemeenteraad op 7 september toestemming tot de vestiging van een fabriek aan de Riet aan de Waardweg, waar het gebouw nog steeds staat. Voor een totaalbedrag van ruim Æ’ 10.000 verrees daar een fabrieksgebouw bestaande uit een ketel- en machinekamer, een karn- en ontromingslokaal, een koelkamer, een boter- en pekelkelder, een kaaslokaal en een spoelplaats. In een uitbouw waren een kaaspakhuis met ijshuis en een kolenbergplaats gevestigd. Al na twee jaar worden er nog een kaaspakhuis met ijshuis bijgebouwd.

Op 16 december werd een naamloze vennootschap opgericht, waarbij de oprichtingsakte door 18 landbouwers uit de omgeving van Grijpskerk getekend. Als aandeelhouders kwamen volgens de statuten in aanmerking: "melkveehouders of eigenaren van bedrijven, waarop melk werd gewonnen ten behoeve van de fabriek te Grijpskerk". Op 14 januari 1889 trad de fabriek in werking.

De directeuren

directeur HoekstraDe eerste directeur was de eerdergenoemde initiatiefnemer Cornelis Gaele Hoekstra. Deze wordt echter al in 1891 ontslagen en het dagelijks bestuur treedt af. In het jaarverslag 1890-1891 geeft de heer Hoekstra lucht aan zijn teleurstelling: "De fabriek was mij lief en de boeken dierbaar, zoodat ge u geen denkbeeld kunt vormen hoe hard het mij valt nu men mij dit alles zoo wreed ontrukt, een diepe wonde, niet spoedig te genezen, slaat men in mijn boezem, want mijn eer wordt te grabbel gegooid, daar velen in dat geheimzinnige waas eene oneerlijke handeling meenen te ontdekken, waarvan ik zeker ben dat niet bestaat". Opvolgende directeuren zijn Klaas Eriks Azn (1891-1896), Jarig Wiglama (1896-1901) en Roelof Adrianus Feenstra (1901-1903). Daarna wordt Jan Derk Boersema directeur en hij zou de fabriek vele jaren, tot zijn ziekte in 1939, met grote deskundigheid leiden. Zijn schoonzoon Jacob Douwes Siebenga volgt hem op tot het eind van het bestaan van de fabriek in 1969.

zuivelfabriek in 1904

GA nr. 11293 (J.W.A. van Kluijve. Grijpskerk, ca. 1904 . Nummer 8066)

Terug