Eyso de Wendt

de braakschuur

Het verwerken van vlas was een belangrijke activiteit van de bewoners van het Kollumer armhuis in de tweede helft van de 19e eeuw. In 1854 besloot de gemeente Kollumerland tot het timmeren van een schuur, die bij de Kollumers bekend stond als braakschuur (braken is het kneuzen van de vlasstengels).

aanbesteding voor het bouwen van een schuur in de Leeuwarder Courant van 23 juni 1854

Leeuwarder Courant 23 juni 1854

35 Jaar later echter brandde de schuur, waarschijnlijk als gevolg van bliksem, volledig af:

afbranden van de vlasschuur in de Leeuwarder Courant van 9 mei 1889

Leeuwarder Courant 9 mei 1889

De noodzaak van de schuur blijkt duidelijk uit de aanbestedingsadvertentie, ongeveer een maand later:

aanbesteding voor de herbouw van de braakschuur in de Leeuwarder Courant van 13 juni 1889

Leeuwarder Courant 13 juni 1889

Op onderstaande prentbriefkaart uit 1912 staat de braakschuur links onderaan.

 Oostenburg in 1912

Dank zij het digitale archief van de Leeuwarder Courant komen we nog aan de weet dat in 1909 het gemeenteraadslid A.K. de Boer verzoekt om meer ventilatie in de braakschuur. De voorzitter stelt hem gerust met de mededeling dat "dezer dagen van rijkswege inspectie op de braakhokken zal worden gehouden". In 1936 blijkt er een gezin in de braakschuur te zijn ondergebracht en het gemeenteraadslid Ozinga vraagt of er een andere behuizing voor dit gezin kan worden gevonden. In 1938 besluit het college van B&W tot verkoop van de oude motorbrandspuit, "welke thans opgeborgen is in de voormalige braakschuur".

In 1956 huurt de regenkledingindustrie Douma en De Wolf uit Groningen een deel van de schuur. De raad ontvangt dit voorstel met grote instemming, want

Aanvankelijk gaat een kerngroep van van vijftien tot twintig personen aan de slag en na anderhalf à twee jaar kan het personeel al tot een tachtig personen zijn uitgegroeid. Drievierde gedeelte daarvan zal uit vrouwen en meisjes bestaan.

Uit mijn jeugdervaringen puttend weet ik nog dat wij regelmatig de deur naast het industriegedeelte gebruikten als goal voor onze voetbalpartijtjes en de dreunen van de gescoorde doelpunten waren niet van de lucht. De medewerkers van de kledingindustrie moeten gek van dat gebonk zijn geworden, maar ik kan me slechts incidenteel heugen dat wij werden weggestuurd.

Eind 1960 was de kledingeuforie echter al weer voorbij en werd de "industriehal" per 1 januari 1961 verhuurd aan Amroh NV te Muiden, fabrikant van elektronische en elektrotechnische producten. Half januari werd begonnen met vijftig werknemers. Toenmalige burgemeester Ottevanger hoopte "dat er door deze vestiging een keerpunt mag komen in het wegzuigen van arbeidskrachten uit deze streek". Ruim elf jaar later, in februari 1972, werd de nevenvestiging met nog slechts zeven werknemers gesloten.

Van 1975 tot 1978 was de drukkerij van de werkvoorziening van Kollumerland in de braakschuur gevestigd, maar een jaar later was het gedaan met het gebouw dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw deel uitmaakte van mijn "speelbiotoop":

afbraak van de braakschuur in de Leeuwarder Courant van 3 maart 1979

Leeuwarder Courant 3 maart 1979