Kollum

buitenverblijf Vaartzigt te Oudwoude

In de Oudheidkundige plaatsbeschrijving van de gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland (tweede gedeelte met de beschrijving van de dorpen Oudwoude, Westergeest, Kollumerzwaag, Ausbuurt en Burum) vertelt Andreae op pp. 8 en 9 over Vaartzigt:

Wanneer wij ons van den Kruisweg westwaarts begeven, voorbij de zathe Krakenburg, dan treffen wij aan de zuidzijde van de weg de standplaats aan van het voormalige buitenverblijf Vaartzigt, hetwelk voorheen nabij de Dockumer trekvaart was gelegen.

Een breede oprijlaan verleende van den weg toegang naar het huis, hetwelk op kelders was gebouwd en slechts van eene verdieping en aan weerszijden van een vleugel was voorzien.

Dit huis werd op het laatst der vorige eeuw gesticht door Lucia Catharina van Scheltinga, destijds weduwe van Hector Livius van Heemstra, die in 1783 was overleden en het hem toebehoorende Fogelsanghstate te Veenklooster aan zijne dochter Cecilia Johanna had nagelaten.

Lucia bewoonde Vaartzigt tot haren dood in 1818, waarna de weduwe van Martinus van Scheltinga het erfde en met hare twee dochters bewoonde, die daar beiden in het huwelijk traden, namelijk: Cecilia Johanna, met Louis Gaspard Adrien Graaf van Limburg Stirum en Constantia Wilhelmina, met Hans Willem Baron van Aylva van Pallandt, van Waardenburg en Neerijnen.

Later hield Graaf van Stirum hier eenigen tijd zijn verblijf, tot 1840, toen Z.H.Geb. zich op Nijenburgh vestigde. Vervolgens werd dit huis bewoond door: Mr. J.J. Bolman en echtgenoote, later door Mr. B. Hopperus Buma, terwijl het in de laatste jaren vóór de slooping tot zomerverblijf diende van Otto Ernst Gelder Graaf van Limburg Stirum.

Baron van Pallandt, die het in eigendom verkreeg, liet het in den zomer van 1877 op afbraak verkoopen.

In het speciekohier van 1783 wordt het overlijden van Hector Livius van Heemstra bij huis nummer 63 van Oudwoude vermeld. De weduwe blijft daar wonen tot 1795; dan verhuist ze naar huis nummer 97 waar staat dat dit huis in 1795 is gebouwd. En dat de eigenaar vanwege het bezit van meer dan 30 pond land vrijgesteld is van hoofd- en schoorsteengeld. Dus Vaartzigt is in 1795 gebouwd. Volgens de overlijdensakte is Lucia Catharina van Scheltinga op 1 juli 1819, oud zeventig jaren en eenenvijftig weken, rentenierske, geboren onder Kollum, in het huis nr. 92 te Oudwoude (= Vaartzigt) overleden. Op 22 juli 1817 heeft zij een testament opgesteld, waarbij zij Vaartzigt vermaakt aan haar broer Frans Julius Johan van Scheltinga: verder preelegateer ik aan den zelven mijn broeder de door mij bewoonde huising met stalling en waagenhuis, mitsgaders de hoven, boschen en cingels, en de landen zoo als door mij zelve worden gebruikt, staande en gelegen tusschen de Stroobosscher Trekvaart en de Rijksweg naar Oudwoude. Vanwege het woord "prelegateren" (= vermaken aan een der erfgenamen bij uiterste wil, toegekend ter bevoordeling boven anderen in gelijke graad) is het denkbaar dat Frans Julius Johan van Scheltinga Vaartzigt heeft geërfd en niet de weduwe van Martinus van Scheltinga. Of hij daar ook daadwerkelijk gewoond heeft, is een tweede.

Bij de invoering van het kadaster in 1832 zijn volgens HisGis de erfgenamen van Martinus van Scheltinga eigenaar. Verder valt op dat bij de invoering van het kadaster vele eigendommen op naam staan van Frans Julius Johan, maar Vaartzigt niet. Overigens is hij kort daarvoor, op 7 april 1831 te Leeuwarden, ongehuwd overleden. Om te zien wie onder de erfgenamen moeten worden verstaan, volgt hieronder een korte genealogie.

In de rouwadvertentie van Van Scheltinga staat dat hij "Oud Grietman van Collumerland, en Lid van de Staten van Vriesland" was. Catharina overlijdt op Vaartzigt:

Martinus van Scheltinga (Kollum 1744 - Huize Weldam te Goor 1820), zoon van Cornelis van Scheltinga en Cecilia Johanna van Eysinga, trouwt op 56-jarige leeftijd in 1800 te Weerselo met Catharina Louisa Antoinetta Anna barones du Tour van Bellinchave (Weerselo 1760 - Oudwoude, Vaartzigt 1837), dochter van David Constantijn baron du Tour en Golda Catharina Elsebé Everdina van Bellinchave.

LC_18371201

Ze krijgen twee dochters: Cecilia Johanna (Goor 1801- Arnhem 1863) en Constantia Catharina Wilhelmina (Goor 1804- Neerijnen 1890). De beide dochters zijn geboren op Huize Weldam te Goor, waar het gezin toen woonde. Kort na het overlijden van haar echtgenoot Martinus van Scheltinga vestigt de weduwe zich met haar twee dochters op Vaartzigt. Beide dochters trouwen daar: Constantia in 1825 en Cecilia in 1826. In 1832 zijn de weduwe en de beide dochters inderdaad de erfgenamen van Martinus van Scheltinga.

C.C.W. van Scheltinga

huwelijk

Constantia (afbeelding met dank aan het RKD) trouwt op 17 juni 1825 op Vaartzigt met Hans Willem van Aylva baron van Pallandt van Waardenburg en Neerijnen ('s-Gravenhage 1804 - 's-Gravenhage 1881).

Ze krijgen tien kinderen: Fredrik Willem Jacob (Vaartzigt 1826 - Putten 1906), Catharina Martina ('s-Gravenhage 1828 - Waardenburg 1833), Jacoba Wilhelmina Cornelia (Leeuwarden 1830 - Rozendaal 1920), Cecilia Johanna Louise (Utrecht 1832 - Waardenburg 1917), Maria Catharina ('s-Gravenhage 1834 - Waardenburg 1905), Willem Constantijn ('s-Gravenhage 1836 - Waardenburg 1905), Adolph Jacob Carel ('s-Gravenhage 1838 - Waardenburg 1920), Lodewijk Edzard ('s-Gravenhage 1840 - Waardenburg 1878), Jacoba Christina ('s-Gravenhage 1843 - Voorst, 1931) en Jacob ('s-Gravenhage 1846 - Waardenburg 1910).

 

 

Cecilia

Cecilia (afbeelding met dank aan Wikipedia) trouwt op 7 september 1826 op Vaartzigt met Louis Gaspard Adrien graaf van Limburg Stirum (Groningen 1802 - Arnhem 1884).

Het echtpaar krijgt zeven kinderen die allen op Vaartzigt worden geboren: Otto Ernst Gelder (1828 - Leeuwarden, 1879), Martinus (1830 - Wassenaar 1897), Samuel John (1832 - Arnhem, 1926), Catharina Constancia Wilhelmina (1834 - Wiesbaden 1871), Albertina Maria (1835 - 's-Gravenhage 1889), Constantijn Willem (1837 - Arnhem 1905) en Cecilia Johanna (1839 - Heeze 1930).

 

 

kadastrale ligging

In 1832 zijn de kadastrale percelen Westergeest D359 en D366 (bos; tezamen 3 bunder 70 roeden 50 ellen), D360, D362 en D365 ("plaisirbosch"; tezamen 2 bunder 98 roeden 70 ellen), D361 en D364 (vijver voor vermaak; tezamen 37 roeden 70 ellen), D363 (huis en erf; 73 roeden 90 ellen), D367 en D369 (bouwlanden, tezamen 30 roeden 10 ellen), D370 en D371 (weilanden, tezamen 2 bunder 44 roeden 70 ellen) en D368 (huis en erf, niet Vaartzigt, 3 roeden 60 ellen) in het bezit van de erven van Martinus van Scheltinga. De bezittingen liggen daar als een eiland omgeven door de eigendommen van Cecilia Johanna van Heemstra uit Veenklooster, eigenaresse van Fogelsangh State, ten westen en noorden, de noord-zuidweg die de weg van Kollum naar Oudwoude kruist ten oosten en de Strobosser trekvaart ten zuiden.

Op de Eekhoff-kaart van ongeveer 1850 staat Vaartzigt duidelijk aangegeven.

Eekhoffkaart van 1850

In het boek "Noordelijk Oostergo Kollumerland en Nieuw Kruisland schrijft Herma M. van den Berg op pagina 158 onder meer het volgende over Vaartzigt:

Tegen de grens met Kollum heeft van ongeveer 1785 tot 1877 een landhuis Vaartzigt gestaan. [...] De moeder (=Lucia Catherina van Scheltinga) trok zich terug op een bescheiden huis, dat volgens de tekening die A. Martin er voor de afbraak van maakte slechts aan weerszijden van een brede ingang een vertrek met twee vensters had. De ingang was door geornamenteerd lijstwerk omgeven en langs een hoge stoep bereikbaar, daar het huis ruim onderkelderd was. Evenals aan het oude Fogelsangh werden aan weerszijden van het hoofdhuis dienstgebouwen opgericht, die door lage muurtjes met het hoofdgebouw verbonden, de tuin afschermden. Aan de achterzijde gaf het huis kennelijk uitzicht op de Trekvaart en had daar mogelijk een theehuis en aanlegsteiger. [...]

Interessante informatie over Vaartzigt is ook te vinden op http://www.stinseninfriesland.nl/VaartzigtOudwoude.htm.

In 1877, dus na ongeveer 82 jaar, is het einde van dit fraaie buitenverblijf al een feit.

Leeuwarder Courant van 9 november 1877LC_18771214

De advertentie geeft een aardige beschrijving van de indeling van Vaartzigt. Uit de advertentie blijkt verder dat het nabijgelegen Nijenburgh dan ook al is gesloopt. In het voorjaar van 1878 worden de afbraakmaterialen ter verkoop aangeboden:

Leeuwarder Courant van 29 maart 1878

Met de sloop is een einde gekomen aan twee fraaie buitenverblijven buiten Kollum, dicht in elkaars nabijheid. Jammer...

Eigendomsgeschiedenis:

  • Lucia Catharina van Scheltinga van 1795 tot 1819, zuster van Martinus van Scheltinga
  • Catharina Louisa Antoinetta Anna baronesse du Tour Van Bellinchave van 1819 tot 1837, echtgenote van Martinus van Scheltinga
  • Constantia Catharina Wilhelmina van Scheltinga van 1837 tot afbraak in 1877, dochter van Martinus van Scheltinga
  • Vaartzigt_panorama

    De linkertekening is van Albert Martin; lange tijd de enige die ik kende. Echter, in het najaar van 2019 maakte Hilda Bouta, medelid van de actieve historische vereniging Noordoost-Friesland, me attent op een tekening uit het Gelders Archief, toegang 0439 Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv.nr. 2682  Propriété du Baron d'Aylva van Pallandt en Frise, 1800-1900 met de beschrijving De achterzijde van het huis Klein Vaartzigt onder Oudwoude in de gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland. Het betreft een anonieme gekleurde pentekening met de afmetingen 12,3 x 14,9 cm op blad 22,4 x 29,5 cm.

    Aanvankelijk kon ik me niet voorstellen dat de beide tekeningen hetzelfde gebouw voorstelden, vooral omdat de beschrijving mij nog niet bekend was. Martin heeft blijkbaar het gebouw vanaf de noordzijde, de wegkant, getekend en zijn tekening geeft de voorkant van Vaartzigt weer; de anonieme tekenaar van de "Gelderse" tekening zat bij de Dokkumer trekvaart, de zuidzijde dus, en tekende de achterkant van het gebouw.