Kollum

"De Koornbeurs"

Koornbeurs

De Koornbeurs is het tweede pand van links, waar de drie personen voor staan. Staat op "Oud Kollum".

Het vroegste resultaat van mijn zoektocht naar het eigendom van de Koornbeurs, of beter gezegd van de plek waar de Koornbeurs thans staat, gaat terug naar een akte van 30 december 1678, waarin brouwer Reijn Jansen Sapma uit Kollum als curator wordt opgevoerd. [Bron: Recesboeken, archiefnummer 13-23, Nedergerecht Kollumerland c.a. - Tresoar, inventarisnummer 019, aktenummer 105].

Drie maanden later en twee akten verder wordt hij opnieuw genoemd, deze keer als administrateur, terwijl het een familiekwestie betreft. Daarin wordt zijn echtgenote Albertie Wijtses genoemd, haar overleden vader Wijtse Hendrijcx, moeder Lijsbeth Pijtters wonende op 't Hoog, broer Johannes Wijtses (19 jaar oud), zus Aefke Wijtses (16 jaar), terwijl in de akte verder wordt gesproken over een scheiding met Albertie Wijtses. [Bron: Recesboeken, archiefnummer 13-23, Nedergerecht Kollumerland c.a. - Tresoar, inventarisnummer 019, aktenummer 107]. De reden van de scheiding en deling van de bezittingen van Albertie Wijtses zal het huwelijk tussen haar en Reijn Jansen Sapma zijn geweest.

Op AlleFriezen is helaas niets te vinden over het echtpaar Sapma, dus geen geboorte, huwelijk, overlijden of kinderen.

Volgens het stemkohier van 1698 van Kollumerland c.a. is Reijn Jansen Sapma met zijn vrouw eigenaar en gebruiker van het pand met stemnr. 70 in de Kerkeburen (=het centrum) van Kollum. Dit is het juiste pand zoals zal blijken in een latere koopakte (zie verderop). [Cohieren van Oostergo, deel 1, archiefnummer 72, Stemkohieren 1698 - Tresoar, inventarisnummer F2691, Gemeente Kollumerland c.a., periode 1698]. Volgende stemkohieren zijn te vinden op FamilySearch onder Kollumerland, te beginnen met 1708, waar onder nummer 70 staat: de weduwe en erfgenamen van wijlen Rein Jansen Sapma, eigenaar en gebruiker van een huis en hof. Op elke linkerpagina van het kohier zijn de eigenaren in 1640 en 1698 te vinden. In 1640 is dat de dochter van Albertje Pijtters en in 1698 Rein Jansen Sapma cum uxore (met zijn echtgenote), eigenaar en gebruiker.

De floreenkohieren zijn ook een interessante bron. In het floreenkohier van 1708 van Kollum, noordzijde (van de straat) van west naar oost, folio 102, nr. 89 is Albertie Wytses pro ce et nomine liberorum (= namens haarzelf en haar kinderen) bij haar man Rein Jansen Sapma in echte verwekt eigenaar en gebruiker (dus zij beheert de brouwerij) van het huis en hof etc. Naastligger ten oosten is de weduwe van Auke Jansen en ten westen wonen de weduwe en erfgenamen van Jacob Harmens. De heffing bedraagt twee floreen. De weduwe bezit meer panden en landerijen, maar dit is waarschijnlijk de locatie van de latere Koornbeurs. In het floreenkohier van 1700, folio 77, nr. 89, wordt Rein Sapma als eigenaar en gebruiker vermeld; naastligger ten oosten is Auke Jans, ten westen Jacob Harmens. In het goedschattingsregister Kollumerland van 1705 staat op blz. 28, nr. 53: Rein Sapma weduwe. Dus Rein Jansen Sapma is tussen 1700 en 1705 overleden .[Bron: Kollumerland cs Uittreksels van het floreenregister van 1700 en 1705 en de goedschattingen van 1705 en 1708 gemaakt en voorzien van naamlijsten door J. Portengen en D. Bouma Valkenburg ZH 1993]

Volgens het floreenkohier 1718, nr. 91: Albertie Wytses is eigenaar en gebruiker van een huis en hof cum annexis. Naastligger ten oosten is Jan Lieuwes en ten westen wonen de weduwe en erfgenamen van Jacob Harmens. Floreenkohier 1728, nr. 91: Jan Auckes eigenaar van een huis en hof cum annexis, gebruiker bijzitter Hijlko Fockes. Naastligger ten oosten is Jan Lieuwes met zijn echtgenote en ten westen de weduwe van Jacob Harmens.

Ongeveer twintig jaar na het overlijden van haar echtgenoot verkoopt Albertje Wytses het pand. Bij akte van 26 april 1723 proclameren Jan Auckes Heinema en Atje Luwes Siccama, echtelieden te Kollum, de aankoop van een huis en hof met bomen en beplanting met daarnaast een brouwerij plus gereedschappen, staande en gelegen in het dorp Kollum ten oosten van "de stenen piep" (= de brug in de straat over deKollumer trekvaart die Kollum ongeveer halverwege verdeelt in een oostelijk en een westelijk deel) en ten noorden van de straat. Naastliggers zijn Jancke Jans, huisvrouw van koopman Jan Lieuwes (ten oosten), de straat (ten zuiden), de weduwe van Jacob Harmens (ten westen) en de kopers ten noorden. Het pand wordt bewoond door de verkoopster. Floreenbelasting: 2 floreen. Jaarlijkse grondpacht 3 caroliguldens 13 stuivers aan de pastorie van Kollum. Gerechtigheid: vrije doortocht ("reed en drift") tussen de huizen van Freerk Martens en de ontvangerse IJttie IJsbrandie. Verkoopster is Albertie Wijtses voor 660 caroliguldens van twintig stuivers het stuk. De losse goederen zijn door Sijmen Ebbeles en Broer Jans Tania, beiden brouwers te Kollum, getaxeerd op 600 caroliguldens. Verkoopbedrag is dus in totaal 1.260 caroliguldens. De derde proclamatie is op 19 december 1724. [Bron: Nedergerecht Kollumerland c.a. inv.nr. 111, proclamatieboeken 1687-1728, pagina 487]

Jan Aukes (Heinema) en Aetie L(o)uwes (Siccama) trouwen omstreeks 1711. De bruidegom is omstreeks 1688 geboren en de bruid is op 13 april 1690 in Burum gedoopt. Het paar krijgt vier kinderen: Auke (Kollum 1712), Rinske (Kollum 1714 - Kollum < 1731) en de tweeling Louw (Kollum 1731) en Rinske (Kollum 1731). Bij de geboorte van de tweeling is vader Jan Aukes overleden; dat zal dan in 1730 of 1731 zijn geweest. De weduwe hertrouwt op 7 juni 1733 in Kollum met Hendrik Jans (geboren ongeveer 1690). Deze overlijdt vóór 1738, want Aetie trouwt voor de derde maal op 9 maart 1738 in Kollum, nu met Pijtter Eeuwes (geboren omstreeks 1700). Aetie zelf overlijdt in 1755; in de akte wordt dochter Rinske genoemd als weeskind, bijna 24 jaar oud. [Bron: Recesboeken, archiefnummer 13-23, Nedergerecht Kollumerland c.a. - Tresoar, inventarisnummer 019, aktenummer 612, aktedatum 8 april 1755]. Pyter vertrekt daarop naar Oostdongeradeel. [Bron (deels): worldconnect.rootsweb.com]

Bij de volgende koop wordt met succes een beroep gedaan op het niaarrecht. Dat is een recht, waarbij "in de eerste plaats familieleden van de verkoper, en in de tweede plaats mede-eigenaren en naastliggers een al gesloten koop ongedaan konden maken door tegen dezelfde prijs het verkochte over te nemen". In dit geval is er sprake vanbloedverwantschap.[Bron: Friezen gezocht door Pieter Nieuwland, pagina 150].

Bij akte van 8 mei 1739 proclameren Hijlko Fokkes, mede-bijzitter van Kollumerland, en Aaltje Folkerts de aankoop van een huis en hof met bomen en beplanting met een brouwerij plus gereedschappen zoals kuipen, vaten, vloten, stellingen, kannen en mengels. Naastliggers zijn Minne Harkes en Baukje Ritskes (oost), de straat (zuid), de weduwe van Jacob Harmens (west) en "pastoriefenne"(ten noord). Het pand wordt bewoond door de verkopers. Floreenbelasting: 2 floreen. Grietenijkosten: 1 floreen. Jaarlijkse grondpacht 3 caroliguldens 13 stuivers plus 1 caroligulden 17 stuivers 8 penningen aan de pastorie van Kollum. Gerechtigheid: vrije doortocht ("reed en drift") langs het huis naar de straat. Verkoopster is Atie Luwes, vrouw van Pyter Euwes, voor 2.006 caroliguldens 6 stuivers van twintig stuivers het stuk. Inbegrepen in deze koopsom zijn de brouwersgereedschappen, die door Harmen Jacobs en Louw Clasen uit Kollum op 594 caroliguldens 17 stuiverszijn getaxeerd.

Blijkbaar zagen de kopers de bui al hangen want ze nemen een bepaling in de akte op dat als het pand "geniaert" wordt, de volgende koper wel voor de brouwersgereedschappen zal moeten betalen. Koopman Louw Elses uit Burum maakt inderdaad op grond van bloedverwantschap tussen hem en verkoopster Atie L(o)uwes met succes een beroep op het niaarrecht. Zij is namelijk een tante van hem. [Bron: Nedergerecht Kollumerland c.a. inv.nr. 113, proclamatieboeken 1728-1743, pagina 213].

LC_1762

Leeuwarder Courant 18 september 1762

Louw (ook wel: Luwe) Elses (Siccama) en Trijntje Lieuwes trouwen op 22 juni 1738 in Buitenpost; de bruidegom woont in Burum, de bruid in Buitenpost. De bruidegom is op 7 april 1700 in Burum gedoopt en de bruid op 10 december 1724 in Kollum. Het paar krijgt één zoon Else (Burum 1739 - Burum 1797). Bij de volkstelling van 1744 woont Louw Elses met 4 personen in de Kerkeburen van Kollum en bij de quotisatie van 1749 wordt hij beschreven als een "brouwer, redelijk in staat", nu met 3 volwassenen en één kind wonend in de Kerkeburen. Volgens de speciekohieren van Kollum overlijdt Louw in 1752 of 1753 in Kollum. Trijntje gaat bij haar zoon inwonen en overlijdt in 1795 of 1796 in het huis nr. 20 in de Laansterkluft ten westen van het dorp Kollum.

Bij akte van 14 december 1765 proclameren rogmolenaar Pijtter Pijtters en Ettjen Harkes uit Kollum de aankoop van een huis en schuur met hof, bomen en beplanting met een brouwerij plus gereedschappen, met uitzondering van de te taxeren kannen en mengels. Naastliggers zijn de weduwe van Minne Harkes met de secr(etar)is Wibrandi en Wijtse Dirks (oost), de straat (zuid), Sijmen Harrijts en anderen (west) en de weduwe van Louw Elses en Ieske Djurres (noord). Het pand wordt bewoond door de verkoper. Floreenbelasting: 2 floreen. Grietenijkosten: 1 floreen. Jaarlijkse grondpacht 5 caroliguldens 10 stuivers 8 penningen aan Mr. E. Rinsma. Verder wordt bepaald dat zo lang de kopers eigenaar van het pand zijn de verkoper geen nieuwe brouwerij in Kollum mag stichten. Bovendien dat als de verkoper in een andere tapperij in Kollum gaat wonen, dat hij verplicht is het bier van de kopers af te nemen. Een concurrentiebeding zogezegd. Verkoper is Else Louwes, mr. brouwer te Kollum voor 6.000 caroliguldens van twintig stuivers het stuk en 2 gouden rijders. Derde proclamatie op 25 november 1766. [Bron: Nedergerecht Kollumerland c.a. inv.nr. 113, proclamatieboeken 1743-1771, pagina 391].

LC_17700203

Leeuwarder Courant 3 februari 1770

Pytter Pytters en Ettjen Harkes trouwen op 7 maart 1745 in Anjum; de bruidegom woont in Anjum, de bruid in Kollum. Pytter Pytters is op 14 mei 1719 in Anjum gedoopt en de bruid op 10 december 1724 in Kollum. Het paar krijgt tien kinderen: Harke (Anjum 1745 - <1767), Albert (Kollum 1748), Sioerd (Kollum 1750), Pytter (Kollum 1753), Eelke (Kollum 1755 - Kollum 1755), Eelke (Kollum 1756), Dirk (Kollum 1758), Rinse (Kollum 1761 - Leeuwarden 1809), Harke (Kollum 1767) en Sipke (Kollum 1770 - Putten 1849). In het speciekohier van 1771 staat bij nummer 156: Sierd Pytters; Pytter Pytters na Leeuwarden. Hij is daar koopman en distillateur. Het overlijden van Pytter en Ettje is niet bekend. De familie neemt later de achternaam Soveele aan.

Bij akte van 17 juli 1771 proclameren Sijbren Meinardi en Eelktjen Hendriks uit Gerkesklooster de aankoop van een huis, schuur, nieuw gebouwde stalling met hof, bomen en beplanting alsmede de brouwerij plus gereedschappen, met uitzondering van de te taxeren kannen en mengels. Naastliggers zijn de weduwe van Minne Harkes (oost), de straat (zuid), Sijmen Harrijts (west) en de weduwe van Louw Elses (noord). Het pand wordt bewoond door Sierd Soveele, zoon van de verkoper. Het pand is met één stem onder nummer 70 opgenomen in het stemkohier van de Kerkeburen van Kollum. Floreenbelasting onder nummer 91: 2 floreen. Grietenijkosten onder nummer 98: 1 floreen. Jaarlijkse grondpacht 5 caroliguldens 10 stuivers 8 penningen aan Mr. E. Rinsma. Verkoper is distillateur en brouwer Pijtter Soveele en zijn echtgenote Ettjen Harkes uit Leeuwarden voor . 6.250 caroliguldens van twintig stuivers het stuk. Derde proclamatie op 12 november 1771. [Bron: Nedergerecht Kollumerland c.a. inv.nr. 114, proclamatieboeken 1771-1789, pagina 14].

In de speciekohieren van Kollum staat de Koornbeurs in de Kerkeburen genoteerd op nr. 156. Sybren Meinardi wordt daarin genoemd vanaf 1772. In de jaren 1798 t/m 1803 wonen op dat nummer achtereenvolgens Johannes Valks (zie ook onder de Roskam), Lammert Edsges en Sijtze Andries, waarna Sybren daar weer terugkeert. Blijkbaar heeft hij zijn lokaliteit in die jaren verhuurd.

Op 26 september 1800 biedt Meinardi in de Ommelander Courant zijn brouwerij en herberg te koop aan. Gaat blijkbaar niet door. Dit is de eerste keer dat de naam De Koornbeurs wordt gebezigd, zowel in de historische documenten als in de kranten. Mr. A.J. Andreae noemt in zijn plaatsbeschrijving van Kollum (pagina 50) een aantal herbergen in de 16e en de 17e eeuw op, maar niet de Koornbeurs. Die komt aan de orde in de zin: "Thans vindt men hier drie herbergen: "de Roskam" aan de westzijde en "de Korenbeurs" aan de oostzijde der pijp, in welk laatste huis des Maandags de beurs wordt gehouden: de derde herberg staat aan de Koemarkt".

LC_18000926

Leeuwarder Courant 26 september 1800

Sybren Johannes Meinardi en Eelkjen Hendriks, beiden wonende te Gerkesklooster, trouwen daar op 23 mei 1762. De bruidegom is op 15 maart 1739 in Stroobos gedoopt en de bruid op 14 oktober 1736 in Gerkesklooster. Het paar krijgt zes kinderen: Hendrik (Stroobos 1763 - Kollum 1826), Johannes (Stroobos 1762 - < 1772), Geertje (Stroobos 1769 - Kollum 1839), Johannes (Kollum 1772 - Kollum 1826), Symon (Kollum 1773- Kollum 1806) en Trijntje (Kollum 1775 - overlijden niet bekend). Eelkjen overlijdt op 28 februari 1814 in Kollum; Sybren overlijdt nog hetzelfde jaar, namelijk op 24 december 1814, ook in Kollum.

In de Leeuwarder Courant van 14 maart 1814 biedt Sybren Meinardi opnieuw de Koornbeurs te koop aan:

LC_18140314

Op 21 augustus 1815 kopen kastelein Jelte van der Woude en echtgenote een huis met schuur en stalling, de Koornbeurs genaamd, staande en gelegen in de Kerkeburen van Kollum, wijk A nummer 173. Verkopers zijn de nog in leven zijnde kinderen van Sijbren Meinardi en Eelkjen Hendriks: mr. brander Johannes, rentenier Hendrik en Gertje Meinardi, allen wonende te Kollum. De koopprijs is ƒ 4.000.

Timmerman Jelte Alberts van der Woude (Dokkum 1790 - Dantumawoude 1827) trouwt op 27 oktober 1814 in Kollumerland met Dieuwke Temmes Siccama/Sikkema (Kollum 1790 - Rijperkerk 1859). De bruidegom woont in Dantumawoude, de bruid in Kollum. Kinderen: Jeltje (Kollum 1815 - Kollum 1904), Albert (Kollum 1817 - Groningen 1896), Johannes (Kollum 1822) en Ankje (Dantumawoude 1824 - Oostermeer 1885).

Op 16 februari 1820 verhuurt Van der Woude de Koornbeurs met ingang van 12 mei 1820 voor vijf jaar aan koopman Albert Zuidema te Kollum. Huurprijs ƒ 425 per jaar. Hijzelf pakt het timmermansvak weer op en verhuist later naar Dantumawoude, waar hij -slechts 37 jaar oud- overlijdt. In een advertentie in de Leeuwarder Courant van 17 september 1824 wordt de Koornbeurs te koop aangeboden:

LC_18240917

Er vindt geen koop plaats en na het overlijden van haar echtgenoot in 1827 wordt de weduwe eigenaar van de Koornbeurs. Na haar overlijden op 31 augustus 1859 in Rijperkerk worden de kinderen eigenaar, die het pand in 1863 verkopen aan Evert Lieuwes Bos.

LC_18630814Blijkbaar levert de publieke verkoop uit nevenstaande advertentie in de Leeuwarder Courant van 14 augustus 1863 geen koper op, want op 24 oktober 1863 verkopen de kinderen, te weten mr. wever Albert uit Garijp, huisvrouw Antje uit Rijperkerk en dito Jeltje van der Woude uit Oudkerk voor ƒ 4.000 aan kastelein Evert Lieuwes Bos en zijn echtgenote uit Kollum "eene huizing en herberg de Koornbeurs genaamd met ruime stalling [...] staande en gelegen aan de Voorstraat nabij de Pijp te Kollum ", huisnummer A39, kad.nr. B457, groot 5 roeden. Uit de advertentie valt verder op te maken, dat blijkbaar Evert Lieuwes Bos al gebruiker van de herberg is. Wat er met zoon Johannes uit 1822 is gebeurd, is niet bekend. Hij zal vóór 1863 zijn overleden of vertrokken.

Boerenknecht Evert Lieuwes Bos (Paesens 1816 - Kollum 1865) trouwt op 3 juli 1845 in Kollumerland met Baukje Durks Siccama (Kollum 1817 - Kollum 1873), weduwe van Lippe Klazes Land. Beiden wonen onder Kollum. Kinderen: Ankje (Kollum 1846 - Kollum 1864), Reinder (Kollum 1848 - Kollum 1852), Lieuwe (Kollum 1850 - Kollum 1877), Aldert (Kollum 1852 - Groningen 1886), Reino (Kollum 1854 - Groningen 1894) en Aafke (Kollum 1856 - Emmen 1936). Echter, in het vervolg komen de kinderen uit het eerste huwelijk van Baukje Durks Siccama met Lippe Klazes Land ook in beeld: Durk (Kollum 1839 - Kollum 1839) en Durk (Kollum 1840 - Kollum 1884). Althans de ongehuwde Durk Land, die later voogd wordt over Aldert en Reino Bos.

LC_18781018

Op 31 oktober 1878 verkopen kastelein Durk Land te Kollum voor 59/144e deel, Aldert Bos zonder beroep te Kollum voor 85/288e en Reino Bos zonder beroep te Kollum voor de resterende 85/288e deel de percelen 6 t/m 10 van de veiling, t.w. de Koornbeurs, twee weilanden en twee bouwlanden. De verkopers hebben de percelen in bezit gekregen als erfgenamen van hun moeder Baukje Durks Siccama, de vaders Evert Bos en Lippe Land en (half-)broer Lieuwe Bos. We beperken ons tot perceel nummer 6: "eene huizinge en herberg "de Koornbeurs" genaamd, met stalling, wagenhuis, bleek, erf, reed, grond en verdere aanhoorigheden, staande en gelegen aan de voorstraat te Kollum", kad. nr. B648, groot 4 are 31 ca. Provisionele koper is Frans de Hoo te Kollum voor ƒ7.006 gulden. De finale toewijzing is op 14 november 1878. Eigenaar blijft Durk Land voor 59/144e deel, de rest wordt niet verkocht, "naar de som van ƒ8.001 gulden voor het geheele perceel".

Op 28 april 1884 is de provisionele verkoop van De Koornbeurs door de verkopers Aldert Everts Bos, arbeider te Kollum voor de ene helft en timmerman Martinus Feitsma uit Groningen, echtgenoot van Reino Everts Bos voor de andere helft. Hun ongehuwde halfbroer Durk Land is op 13 april 1884 overleden en vermoedelijk hebben zij beiden het resterende deel van de Koornbeurs geërfd. Het pand wordt in de akte omschreven als "eene huizinge en herberg "De Koornbeurs" genaamd met stalling, wagenhuis, bleek, erf, roede grond en verdere aanhoorigheden, staande en gelegen aan de Voorstraat te Kollum", kad.nr. B648, groot 4 are 31 ca. Provisionele koper is de goud- en zilversmid Bartel Radema te Kollum voor een bedrag van ƒ5.161.

LC_18840424

De finale verkoping is op 12 mei daaraanvolgend en de uiteindelijke koper is horlogemaker Meindert Riemersma te Kollum voor ƒ6.500.

Horlogemaker Meindert Riemersma (Kollum 1838 - Helpman 1908) trouwt op 8 juni 1872 in Tietjerksteradeel met Dieuwke Laskewitz (Birdaard 1844 - Franeker 1931). De bruid is een dochter van Jeltje Jeltes van der Woude, het oudste kind van eerdere eigenaar Jelte Alberts van der Woude. Kinderen: Antje (Kollum 1873 - Kollum 1878), Johanna Jacoba Jeltje (Kollum 1876 - Kollum 1876), Ebbele (Kollum 1877 - Leeuwarden 1917) en Antje (Kollum 1879 - Leeuwarden 1976). Na het overlijden van Meindert Riemersma in 1908 zijn de weduwe voor de helft en de kinderen Ebbele en Antje ieder voor een kwart eigenaar van de Koornbeurs.

HK_1896

In 1890 wordt een schuur achter de herberg gebouwd, gevolgd door een atelier in 1896. Het bovenste rode vakje is het atelier, het langgerekte verticale rode vak boven het hoofdgebouw (B891) is de schuur.

Van de achterkleinzoon van de horlogemaker en zijn echtgenote, Anton en Tjitske Lijfering, ontving ik onderstaande interessant informatie dat blijk geeft van een groot vakmanschap.

Omstreeks 1881 heeft hij een Friese klok gekocht/gemaakt die hij eigenhandig tot een klok met 12 aanwijzingen heeft uitgebreid. Jarenlang heeft hij hierover gedaan. Links midden ziet u de klok zoals Meindert die bij aanschaf aantrof en al gedeeltelijk heeft bewerkt, rechts de klok met 12 aanwijzingen, na vele bewerkingen en uitbreidingen. De Lijferings noemen dit een "Getijdenklok". En onderaan staat het artikel in de de Leeuwarder Courant van 22 februari 2022.

Lijfering

De klok heeft indertijd tot 1904 in het logement/café de Koornbeurs gestaan opdat de schippers de hoog- en laagwaterstand konden bekijken. Het aardige is dat het café nog altijd als zodanig dienst doet, maar de klok staat er niet meer. Deze heeft gedurende 100 jaar in diverse musea c.q. depots van musea gestaan. Sinds 21 februari 2022 staat de klok in het Eise Eisinga Planetarium te Franeker.

Op 21 maart 1904 koopt Jan Nieuwland het "logement, "de Koornbeurs" genaamd, met stalling, wagenhuis, bleek, erf, reed en grond, waarin het recht van vergunning, staande en gelegen aan de Voorstraat te Kollum", kad. nr. B891 en omschreven als "huis, schuur, atelier en erf", groot 5 are 20 ca. Het atelier wordt gebruikt door fotograaf Egbert Beitschat. Koopprijs ƒ7.400.

Handelaar Jan Nieuwland (Deinum 1876 - Kollum 1919), zoon van Johannes Sjoerds Nieuwland en Janke Aukes van der Laars, trouwt op 27 april 1904 in Leeuwarden met Janke van der Wal (Kollumerzwaag 1876 - Kollum 1910), dochter van Oene van der Wal en Geeltje van der Veen. Kinderen: levenloos jongetje (Kollum 1905), Johannes (Kollum 1906 - Kollum 1907), Johanna Geeltje (Kollum 1908) en nog een levenloos jongetje (Kollum 1910). Na het overlijden van zijn echtgenote hertrouwt Jan Nieuwland op 13 maart 1919 in Kollumerland met Klaaske Aukes de Vries (Bergum 1878 - Vierhouten 1954), dochter van Auke de Vries en Lummigje Martens de Vries. Jan en Klaaske krijgen een dochter Lummechien (Kollum 1919 - Dordrecht 2015). Het jaar 1919 is een bewogen jaar voor Jan Nieuwland: een huwelijk in maart, in oktober een dochter en in december zijn overlijden.

LC_19330106

Na het overlijden van Jan Nieuwland wordt dochter Johanna Geeltje voor 3/4 eigenaar van de Koornbeurs en Lummechien voor 1/4. In 1923 wordt Lummechien, slechts vier jaar jong, in een akte van scheiding en deling enig eigenaar van de Koornbeurs. Haar moeder neemt voor haar de honneurs waar en verhuurt de Koornbeurs van ongeveer 1924 tot 1929 aan Jan de Vries en van 1929 tot 1933 aan Huite Meinema [Bron: Handel en ambacht in Kollum 1925-1975, pagina 165]. Laatstgenoemde onderhoudt vanaf 1927 tevens een busdienst van Kollum via Veenwouden naar Leeuwarden met de Koornbeurs als standplaats.

NvhN_19320818In een advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden van 18 augustus 1932 meldt Fokke de Vries dat café de Korenbeurs weer geopend is. In oktober en november van dat jaar organiseert de Kollumer notaris Wassenbergh verkopingen in het café. Volgens de hierboven genoemde bron laten Fokke de Vries uit Kollum en drankenhandelaar Fedde Jacob Sonnema uit Dokkum in 1932 beslag leggen op de Koornbeurs vanwege nog openstaande vorderingen en wordt het café volgens art. 1223 B.W. gedwongen verkocht. Bij de finale verkoop op 26 januari 1933 wordt Fokke de Vries voor ƒ10.030 eigenaar van beide percelen in nevenstaande bijgaande advertentie in de Leeuwarder Courant van 6 januari 1933.

Timmerman Fokke de Vries (Westergeest 1891 - Beverwijk 1963), zoon van Jan de Vries en Gaatske Kracht, trouwt op 22 april 1920 in Achtkarspelen met Antje Dijkstra (Twijzel 1893 - Beverwijk 1967), dochter van Gerben Dijkstra en Baukje Rood.

Op 1 oktober 1936 wordt in een advertentie in de Leeuwarder Courant het café opnieuw publiek te koop aangeboden, maar op 10 oktober wordt in een advertentie gemeld dat de verkoop, die gepland was voor de 13e oktober, niet doorgaat. Het is niet duidelijk wat hier heeft gespeeld. De activiteiten gaan gewoon door. Op 29 mei 1937 staat in de Leeuwarder Courant bij de wijzigingen in het handelsregister, dat Klaaske de Vries, de weduwe van Jan Nieuwland, is uitgetreden. Blijkbaar is zij tot dan nog steeds op een of andere manier bij de Koornbeurs betrokken geweest.

FC_19430702In het Nieuwsblad van het Noorden van 5 september 1938 wordt in een bericht over de opening van de winkelweek gesproken over een nieuwe zaal in de Koornbeurs. Waarschijnlijk heeft dit te maken met hetgeen in de eerdergenoemde bron staat, namelijk dat Fokke de Vries de paardenstallen heeft gesloopt en een grote zaal gebouwd voor "groote en kleine vergaderingen, partijen, bruiloften, begrafenissen, uitvoeringen, lezingen, filmvertooningen (brandvrije cabine)".

LC_19531022Op 12 september 1952 vieren A. de Vries en A. de Vries-Bekkema hun 25-jarig huwelijk in de Koornbeurs aan de Voorstraat 73a te Kollum. Mogelijk zijn zij op dat moment al eigenaar. Bijgaande advertentie stond op 22 oktober 1953 in de Leeuwarder Courant. Een formeel bewijs van de aankoop is niet gevonden, maar volgens de kadastrale legger vond de verkoop in het dienstjaar 1955 (dus eigenlijk in 1954) plaats. Als dat zo is, dan heeft Auke de Vries het café waarschijnlijk enkele jaren voor de aankoop van zijn naamgenoot gehuurd.

Boerenknecht Auke de Vries (Murmerwoude 1902 - Kollum 1976), zoon van Jan de Vries en Johanna Bruning, trouwt op 27 augustus 1927 in Tietjerksteradeel met Antje Bekkema (Surhuisterveen 1907 - Kollum 1994), dochter van Sjoerd Bekkema en Trijntje Elzinga. Kinderen (voor zover bekend): Jan (Tietjerk 1927 - Tietjerk 1927), Trijntje (Wijns 1929 - Dokkum 2006), Johanna (Oenkerk 1930 - 1999), Jan (Giekerk 1931 - Leeuwarden 1991), Sjoerd (Giekerk 1932), Hendrika (Giekerk 1933 - Burgum 2006), Pieter (Giekerk 1936), Johannes (Giekerk 1937 - Dokkum 2000), Wybren (Giekerk 1939), Alle (1940), Rika (1944) en Henkie (1949). De algemeen bekende bijnaam van vader Auke was in Kollum: Lytse Auke.

In 1970 verkoopt Auke de Vries de Koornbeurs aan Eduard Brandsma (Stiens 1920 - Kollum 1976), gehuwd met Gertrud Ludwig (1922). De ontwikkelingen vanaf Brandsma tot heden moeten nog met betrokkenen worden besproken.

Met dank aan Taeke van der Leij voor de hulp ( https://nl.geneanet.org/profil/zemblanova)