Kollum

"De Roskam"

Roskam in 1913

Dit is een bijzondere ansichtkaart, overgenomen van Oud Kollum. De tekst op de kaart luidt: "Après le raid Biarritz-Kollum pour la coupe Pommery - Guillaux". Vlieger Maurice Guillaux wordt in 1913 winnaar van de Coupe Pommery, omdat hij van alle vliegers de langste afstand in één dag aflegt, namelijk op zondag 27 april van badplaats Biarritz in het uiterste zuidwesten van Frankrijk naar Kollum over een officiële afstand van 1.255 km. Hij doet daar 9 uur over, een gemiddelde snelheid van 140 km/uur. Deze gebeurtenis zet Kollum even op de internationale kaart.

Het Algemeen Handelsblad van 30 april 1913 doet onder de kop "De coupe Pommery, Biarritz-Kollum" hierover verslag:

Guillaux is, zoo L’auta, geland „là-bas, dans ce petit pays, à peine visible sur la carte”, en is, volgens hetzelfde blad, de Zuiderzee op het breedste gedeelte overgevlogen; de eerste vlucht daarover moest dus weer door een buitenlander volbracht worden. Het is aardig om na te gaan op welke plaatsen Guillaux ook had kunnen landen, bijv. te Newcastle, Hannover, op Kaap Bon, midden in de Sahara enz.

Op verzoek van de Parijsche Matin heeft de vliegenier een verslag geseind over zijn tocht. Hij vertelde van plan te zijn geweest, zonder tusschenlanding van Biarritz naar Parijs te vliegen. Doch hij moest te Bordeaux stoppen, om zijn benzine-reservoir geheel te vullen, wat hij, met het oog op het moeilijke terrein, te Biarritz niet had kunnen doen. De tocht was zwaar, doordat er een flinke wind stond. Toen hij van Parijs vertrok, had hij 180 liter benzine bij zich. In de Oise-vallei en boven het bosch van Compiègne had hij met moeilijke luchtstroomingen te kampen, zoodat hij moeite had zich in zijn toestel te handhaven. Hij werd zelfs onpasselijk en was daardoor verplicht bij Ath in België te dalen, waar eenige boeren hem te drinken gaven. Hij rustte daar wat uit, om 2 uur later te vertrekken. Nog stond er een felle wind.

Ik vloog over Brussel, Antwerpen, Breda en was om 5 uur boven Amsterdam. De wind werd hoe langer hoe erger. Doch toen ik eenmaal de Hollandsch-Belgische grens was gepasseerd en dus wist, dat de kans om bekerhouder te worden met de minuut zekerder werd, hield ik hoe mij ik mij ook voelde, vol, en wilde niet landen. Boven de Zuiderzee gekomen werd ik door den mist overvallen. Mijn kaart gaf geen verdere aanwijzingen dan tot Breda, zoodat ik mij nu alleen aan mijn kompas moest overgeven. De wind voerde mij naar de Noordzee. Aangezien ik wist, dat er land aan mijn rechterhand moest zijn, stuurde ik in die richting. Een uur lang bleef ik echter in het onzekere. Ik daalde tot op 20 meter van de aarde, om poolshoogte te nemen. Om 6 uur voelde ik mij weer ziek. Toen voelde ik mij even later veiliger, omdat ik ontdekte weer boven land te zijn. Eindelijk om even voor zevenen ontdekte ik een stadje en besloot te landen. Dat was Kollum!

Sinds Parijs had hij geen benzine meer opgenomen, doch de nacht naderde en het bleef misten. Bovendien had hij, boven Antwerpen vliegend, zijn bril verloren, zoodat zijn oogen hem pijn deden.

Guillaux vertelt dan, dat hij alleraardigst te Kollum ontvangen werd. Een politieagent posteerde zich bij zijn toestel en bewaakte dit met de grootste zorg, terwijl eenige honderden het wonder bekeken. Hij vertelt ten slotte nog, dat ’s avonds in de straten van Kollum heel mooi door jongelieden gezongen werd en verklaart natuurlijk overgelukkig te zijn, dit mooie resultaat te hebben bereikt, hoe moeilijk en gevaarlijk het op sommige momenten ook was.

Het toestel raakt bij de landing defect door de oneffenheid van het terrein en prikkeldraad, wordt gedemonteerd en vervolgens per spoor vanaf Buitenpost vervoerd. Fotograaf Beitschat uit Kollum maakte onderstaande foto van het gebeuren.

landing in Kollum

Foto afkomstig uit Aviateurs van het eerste uur (1984), De Nederlandse luchtvaart tot de Eerste Wereldoorlog van Thijs Postma en Wim Schoenmaker

Na deze lange inleiding volgen hier de links naar de historie van de Roskam. Het huidige pand dateert uit ongeveer 1846 en staat aan de Voorstraat 63, op de hoek van de Voorstraat en de Westerdiepswal. Echter, op die plek komt in 1640 al een vermelding van een pand op die locatie voor met eigenaar Jan Botes Bakker. En in 1750 was een "heerlijke huisinge, schuire en hereberg" in het pand gevestigd.